‘Burgers willen graag een rol spelen’

Op weg naar een groene economie

‘Burgers willen graag een rol spelen’

Op weg naar een groene economie

‘Burgers willen graag een rol spelen’

Op weg naar een groene economie

Tekst Bas Nieuwenhuijsen Beeld ANP

Leren van elkaar en samenwerken zijn belangrijke doelen van de Participatietafel Voedsel. Burgercoöperaties op gebiedsniveau spelen een groeiende rol in de voedselvoorziening. Professor Tine de Moor, lid van de stuurgroep van DuurzaamDoor, en René Bruijns, secretaris van de Participatietafel Voedsel vertellen over burger­initiatieven en de korte en de lange keten in onze voedselvoorziening.

‘We bewegen naar een polycentrische overheid’

Over het belang van DuurzaamDoor zijn ze beiden duidelijk. ‘DuurzaamDoor brengt initiatieven van onderop samen met het beleidsniveau van overheden,’ zegt Tine de Moor, hoogleraar Social Enterprise & Institutions for Collective Action aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. René Bruijns van DuurzaamDoor beaamt dat: ‘Aan een aantal tafels komen overheid en samenleving samen om van elkaar te leren en samen te werken.’ Dat is niet vanzelfsprekend, want de overheid decentraliseert veel taken, terwijl op lokaal niveau burgerinitiatieven links en rechts opbloeien. DuurzaamDoor is uniek, omdat het ervoor zorgt dat partijen elkaar op (de)centraal niveau weten te vinden. ‘We bewegen naar een polycentrische overheid: er wordt niet vanuit één punt bestuurd, maar vanuit een aantal centra die elkaar aansturen en corrigeren,’ aldus De Moor. Bruijns: ‘DuurzaamDoor helpt via de participatietafels initiatieven vanuit de samenleving om toegang te krijgen tot de centrale en decentrale overheden. Door met elkaar om tafel te gaan zitten, kunnen partijen kennis uitwisselen en elkaar helpen.’

Het is sociale innovatie, op weg naar een groene economie. Essentieel, in de ogen van De Moor: ‘We gaan door een crisis en moeten veranderen. De energietransitie, klimaatadaptatie, het zijn opgaven waarvoor de overheid de bevolking moet activeren. Via onder meer burgercollectieven kunnen de overheid en de samenleving leren omgaan met problemen, zoals het verdelen van schaarste.’ Anders begrijpen mensen het overheidsbeleid niet en gaan ze zich ertegen verzetten, verwacht ze. Bij het bevorderen van een prosociaal denkende samenleving, die dus oog heeft voor het algemeen belang, kunnen volgens De Moor de vele burgercollectieven die de laatste jaren zijn ontstaan een rol van betekenis spelen. ‘Het zijn burgers die het zelf doen, los van de overheid. Ze organiseren zich op lokaal niveau vaak rond een concreet onderwerp, zoals de energie- of voedselvoorziening, door samen in windmolens te investeren of een gezamenlijke boerderij op te zetten. Gebiedscoöperaties, waar verschillende zaken in samenkomen, zijn wat complexer, maar werken vaak goed.’

Prosociale burger In haar essay De prosociale burger als copiloot constateert ze dat beleidsmakers meer moeten nadenken over de manier waarop betrokkenheid van burgers wordt vormgegeven. Participatie moet met behulp van beleidsinstrumenten worden omgezet in resultaten. Dan moet je wel de juiste instrumenten kiezen. De Moor: ‘Burgers willen graag een rol spelen, betrokken zijn bij beleid en de uitvoering daarvan. Die participatie gaat van representatie (bijvoorbeeld via de gekozen gemeenteraad) en inspraak tot en met cocreatie en burgercollectieven. De instrumenten die je daarbij inzet, moet je bewust kiezen. Niet alle instrumenten zijn voor alles geschikt, je moet ze koppelen aan het niveau van burgerparticipatie, en je moet rekening houden met omgevingsfactoren. Je moet er geen blauwdruk op leggen.’

‘De energie van en samenwerking met de bevolking is onmisbaar’

Gebiedscoöperaties ‘Ook is het van belang dat burgers leren om te gaan met niveaus van betrokkenheid,’ zegt De Moor. ‘Stel dat je in een stadswijk de mobiliteit wilt aanpakken, omdat er files staan en je het verkeer veiliger voor fietsers wilt maken. En daarnaast wil je meer groen in die wijk. Je doet er dan verstandig aan om draagvlak te kweken door bijvoorbeeld eerst met bewoners te overleggen over het aanleggen van een park, waarin zij een rol kunnen spelen. Daarna pak je de mobiliteit aan, want dat is ingewikkelder. Het gaat groepen pijn doen, doordat bijvoorbeeld het parkeerbeleid verandert, en burgers kunnen misschien een minder grote rol spelen, want je kunt ze niet belasten met het onderhoud van wegen.’ Zoals ze het in haar essay zegt: ‘Samengevat zou men kunnen stellen dat men bewuster moet omgaan met de inzet van beleidsinstrumenten gericht op burgerbetrokkenheid en dat er ook meer moet worden gekeken naar sommige instrumenten als drivers achter prosociaal gedrag, waarbij burgers leren denken in het algemeen belang, zonder dat de overheid dat aan hen oplegt (bijvoorbeeld via het betalen van belastingen).’ Bruijns ziet bijvoorbeeld rond de voedselvoorziening een waaier aan burgerinitiatieven op uiteenlopende niveaus, waaronder korteketenprojecten als Stadslandbouw en Herenboeren. ‘Stadslandbouw is veelal gericht op sociale en milieuwaarden. Herenboeren richten zich meer op het overslaan van tussenstappen in de keten, zoals de supermarkten. Zij telen en leveren rechtstreeks aan hun aandeelhouders. De Taskforce Korte Keten, die mede door DuurzaamDoor mogelijk wordt gemaakt, verzamelt kennis, data en inzichten over korte voedselketens. De taskforce kijkt waar belangrijke obstakels kunnen worden weggenomen en hoe zij de macht in de voedselketen beter kan verdelen.’ ‘Plannen op het gebied van de voedselvoorziening zijn er volop en laten flinke ambities zien,’ vertelt Bruijns. ‘De Metropoolregio Amsterdam bijvoorbeeld streeft ernaar dat de hele voedselvoorziening van het gebied uit de directe omgeving kan komen in 2040. Eigenlijk hebben we het over een paradigmaverschuiving. De overheid blijft regels maken en houdt de regie, maar voor de overgang naar een duurzame economie is de inzet, de energie van en samenwerking met de bevolking nodig. Initiatieven als gebiedscoöperaties kunnen die kracht leveren.’ ◼

Deel dit artikel