PBL wil Nederland nieuwe allure geven

Vier bouwstenen voor waardevol landschapsbeleid

Tekst Roy Touker

Beeld Shutterstock

Een klein land heeft zo zijn nadelen. Vaak is het woekeren met de ruimte vanwege toenemende bevolkingsgroei en veranderende behoeftes. Hoe moeten we die ruimte gebruiken? En vooral ook beschermen? Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in Den Haag draagt in het signalenrapport Zorg voor landschap - Naar een landchapsinclusief omgevingsbeleid aanbevelingen en bouwstenen aan.

Als je goed met het landschap omgaat, kan het je veel opleveren

‘Vraag jezelf af: wat is het je waard?’

Wat gaan we doen met ons landschap? Proppen we alles vol of zorgen we ervoor dat ook het nageslacht nog van bijvoorbeeld Hollandse vergezichten kan genieten, anders dan op een schilderij of verbeeld in een gedicht? Nederland komt vele honderdduizenden woningen tekort en er zijn meer wegen, bruggen en viaducten nodig. En dan hebben we ook nog een groeiende behoefte aan windenergie, windmolens dus.

Nu staan die behalve op zee ook her en der op het land en een zwiepende kolos in een achtertuin roept nogal wat aversie op bij omwonenden. Waar moeten die nieuwe windmolens dan komen? Volgens Frank van Dam, één van de auteurs van het rapport, is de Noordzee daarvoor nog steeds de uitgelezen locatie. Van Dam: ‘Plaatsing van windmolens in het landschap roept protesten op. We hebben steeds meer windenergie nodig, maar we kunnen die windmolens niet zomaar overal neerzetten. Het landschap bij bijvoorbeeld Lelystad leent zich voor windenergie en daar is nog ruimte genoeg. Een perfecte plek is langs waterwegen. De acceptatie van windmolens wordt echter groter als we ze uit het zicht plaatsen, in zee dus. Clustering biedt veel meer voordelen dan allerlei kleine windparken verspreid over het gehele land.’

Offers De opgewekte elektriciteit moet vervolgens van zee “aan land” komen. In het signalenrapport wordt gesproken over de realisatie van zogenaamde energyports oftewel energiehavens. Van de “zeemolens” lopen de stroomkabels naar zulke aanlandplekken. Die energiehavens moeten uiteraard niet pal voor de neus van badgasten op bijvoorbeeld het Scheveningse strand komen, maar op locaties als Sloegebied, Maasvlakte, Eemshaven en IJmuiden. ‘Zo’n energyport zou kunnen uitgroeien tot een centrum van bedrijvigheid. Denk aan energiebedrijven die zich dicht bij de bron willen vestigen. Mogelijkheden te over ook op het gebied van natuur en recreatie, zoals parken en fietsroutes. We kunnen hier iconische landschappen creëren, zoals we dat in het verleden hebben gedaan met de Deltawerken en de Flevopolder,’ durft Van Dam de vergelijking aan.

Hij weet dat voor het behoud van het Hollandse landschap meer nodig is. Offers zullen gebracht moeten worden. ‘Landschapsbeleid heeft een prijs. Je zult je moeten afvragen wat het je waard is. Wat het je oplevert.’ Over dat laatste is Van Dam optimistisch. ‘Als je goed met het landschap omgaat, kan dat veel opleveren. Bijvoorbeeld een aangenamere leefomgeving, maar ook aantrekkingskracht op buitenlandse bedrijven. Het is goed voor de economie. Grote opgaven komen nu op ons af. We moeten het landschap niet op slot zetten, maar het nieuwe allure geven.’

‘We kunnen hier iconische landschappen creëren’

Waardevolle landschappen Het PBL-rapport komt daarvoor met vier bouwstenen. De eerste is het waarborgen van landschappelijke waarden. In het huidige Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt bijvoorbeeld geen aandacht geschonken aan karakteristieke sloten, bomen, houtwallen, vochtig grasland dat weidevogels nodig hebben en landschappelijke patronen en structuren. ‘Onze insteek is dat we meer moeten gaan nadenken over landschappelijke kwaliteit. Wat hebben we nu en wat willen we behouden? Wat willen we toevoegen?’

De tweede bouwsteen is het stimuleren door rijk, provincies en gemeenten van meervoudig ruimtegebruik. Natuur en landbouw zouden bijvoorbeeld gecombineerd kunnen worden in veenweidelandschappen, terwijl in nieuwe buitenplaatsen en landgoederen natuur en wonen samen kunnen gaan. Ook het combineren van landbouw en windenergie is een mogelijkheid.

Het faciliteren van processen om ruimteclaims in het landschap in te passen is de derde bouwsteen. Daarbij valt dus te denken aan het clusteren van windmolens in een beperkt aantal gebieden. En op zee. Tot het faciliteren van processen behoort ook de koppeling van de heroriëntatie op de landbouw aan de zorg voor het landschap. Oftewel het vermengen van landbouw, natuur en landschap.

De vierde bouwsteen is het aanwijzen van en extra zorg geven aan waardevolle landschappen, zoals de 21 Nationale Parken. Volgens het signalenrapport zouden overgangsgebieden tussen Nationaal Park en directe omgeving een oplossing bieden. Gedacht wordt aan een robuuste kern van natuurgebied met daaromheen een schil van waardevolle natuur- en cultuurlandschappen.

De ambitie druipt af van het signalenrapport van het PBL. ‘Eens om de zoveel tijd komen we met zo’n rapport, wijzen we op een thema. Proberen we het bij beleidsmakers tussen de oren te krijgen,’ legt Van Dam uit. ‘Een andere aanleiding was de maatschappelijke onrust bij het plaatsen van windmolens en de realisatie van zonneparken. Allerlei veranderingen zitten er aan te komen en daarvoor is een maatschappelijk draagvlak onontbeerlijk.’ ◼

Deel dit artikel