Ontwerpkracht

Nederland verandert voortdurend. Al sinds de vroege menselijke bewoning hebben we ons met dijken beschermd tegen de dreiging van het water. Als energiebron hebben we eerst de bossen, toen het veen en daarna kolen en gas benut en telkens heeft de energiewinning zijn sporen achtergelaten. Net als ook onze landbouw, onze steden en dorpen en infrastructuur – in een continu proces van herschikking – onze landschappen hebben vormgegeven. Geen vierkante meter die niet is bewerkt. Nederland is in beweging.

De komende decennia zal er meer dan ooit een beroep worden gedaan op ons vermogen het land op een slimme manier aan te passen aan veranderende omstandigheden: de klimaatadaptatie, de hervorming van de landbouw, de verstedelijking en de energietransitie. Stuk voor stuk zijn het ruimtelijke opgaven die zich ook weer in onze landschappen zullen aftekenen.

Deze complexe opgaven vragen om verandering en leiden geregeld tot onrust en onzekerheid in de samenleving: boze boeren en bouwers op het Malieveld. Deze onvrede komt onder andere doordat de oproep voor verandering vaak ten onrechte wordt geformuleerd in de vorm van doemscenario’s. We moeten veranderen, want anders… Terwijl optimisme en een aantrekkelijk gezamenlijk beeld van de toekomst een veel sterkere motor is voor noodzakelijke verandering.

Davos De urgentie die we nu voelen, wordt al snel als excuus gebruikt om genoegen te nemen met minder kwaliteit. Zo neemt de druk weer toe om buiten de stad – in de wei – te bouwen, om de bescherming van natuurgebieden ten koste te laten gaan van bouwactiviteiten en de noodzaak om te verduurzamen af te kopen door zonneweides aan te leggen op landbouwgrond. Kortom, om te handelen met een sectorale blik, blind voor alle negatieve consequenties daarvan.

Deze ontwikkeling is zichtbaar in heel Europa. Dat is ook de reden dat Europese ministers van Cultuur in januari 2018 de Verklaring van Davos ondertekenden, een oproep voor meer omgevingskwaliteit. Deze verklaring zet zich af tegen verdozing, verdrukking en verrommeling van landschappen en steden in Europa. Minister Van Engelshoven (OCW) heeft vervolgens de Raad voor Cultuur gevraagd om samen met het College van Rijksadviseurs – waar ik voorzitter van ben - te onderzoeken wat nodig is om deze verklaring te implementeren.  

‘We moeten met optimisme en verbeeldingskracht de ketens doordenken’

Bredere blik Nederland heeft een rijke traditie op het gebied van gericht omgevingskwaliteitsbeleid. Interdepartementale samenwerking aan ruimtelijke kwaliteit heeft de afgelopen decennia succesvolle resultaten opgeleverd. Voorbeelden hiervan zijn Ruimte voor de Rivier (2006-2018) en het Belvedèrebeleid voor cultuurhistorie en ruimtelijke ordening (2000-2009).

Maar tijden zijn veranderd; de condities waaronder nu wordt gebouwd, zijn niet meer te vergelijken met die waaronder deze programma’s tot stand zijn gekomen; zowel bestuurlijk als financieel en in mens- en denkkracht. Deze ruimtelijke opgaven zijn – sinds de decentralisatie van het omgevingsbeleid – een taak van provincies en gemeenten. Veel van deze overheden beschikken over te weinig kennis, middelen en ervaring met integraal werken. Bovendien vergen de maatschappelijke opgaven van nu een bredere blik.

Lokale schaal Samen met de raad heb ik geadviseerd om ontwerpkracht in te zetten bij maatschappelijke vraagstukken, om zo de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. We hebben de minister geadviseerd een Rijksbureau voor Omgevingskwaliteit op te richten, dat door alle disciplines en vraagstukken heen invulling geeft aan de ambitie om te komen tot een rijksbreed gedragen omgevingsbeleid. De belangrijkste taak is daarbij de diverse maatschappelijke opgaven die zijn belegd bij verschillende departementen en medeoverheden te verbinden, bijvoorbeeld door scenario’s en verkenningen.

Versterking van ontwerpkracht op lokale schaal is een van de andere speerpunten van het advies. Het Rijksbureau voor Omgevingskwaliteit kan ook ontwerpkracht beschikbaar stellen aan provincies en gemeenten om hen te helpen bij de ruimtelijke uitdagingen die samenhangen met grote maatschappelijke transities. Gemeenten en provincies presteren nogal wisselend, is onze conclusie. Op tal van dossiers (landbouw, energiestrategieën, sociale agenda) is de regionale schaal de meest belovende. De provincies kunnen hun rol weer waarmaken. Als partner van de gemeenten, die ook samenwerking met marktpartijen stimuleert.

België

Om het publiek opdrachtgeverschap te versterken en minder afhankelijk te maken van individuen, is het goed om naar België te kijken, waar de Vlaams Bouwmeester een onderhandelingsprocedure heeft ontwikkeld voor kleine publieke opdrachtgevers. Deze oproep is een interessante manier om ontwerpkracht op lokaal schaalniveau te stimuleren. Het biedt ook de kleine dorpen de mogelijkheid om kwalitatief hoogstaande architectonische projecten te realiseren.

Nederland is beweging. Dat is van alle tijden. Maar urgentie mag nooit een excuus zijn om genoegen te nemen met minder kwaliteit. Floris Alkemade is rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksadviseurs. Het advies van het College van Rijkadviseurs en de Raad voor Cultuur is online beschikbaar.

Deel dit artikel