Vijf essays over de energietransitie

Zoektocht naar draagvlak

Tekst Maurits van den Toorn

Beeld Hollandse Hoogte

Voor de maatregelen die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen, is draagvlak essentieel. Maar hoe ontstaat dat? En wat doe je met emoties van en verzet door burgers? Hoe hebben gekozen volksvertegenwoordigers invloed op de keuzes die nu op regionale schaal worden gemaakt? En kan een integraal burgerbetrokkenheidsplan meer draagvlak en beter beleid opleveren?

Om op al deze vragen een antwoord te krijgen, heeft het kennisprogramma DuurzaamDoor een aantal wetenschappers gevraagd hun licht te laten schijnen op het vraagstuk en de acceptatie van de energietransitie. In vijf essays gaat eenieder van hen – vanuit zijn of haar eigen specialisme – op zoek naar draagvlak voor wat een van de grootste maatschappelijke opgaven van de komende jaren is. Draagvlak is alleen te realiseren door een positieve interactie tussen politiek en bestuur, markt en samenleving, die burgers in staat stelt op een vertrouwenwekkende manier tot een oordeel te komen, stellen Rinie van Est en Kyra Delsing van het Rathenau Instituut in hun essay Eerlijk is het duurzaamst. Belangrijk is het organiseren van brede betrokkenheid, constateren de onderzoekers. Betrokkenheid kan bestaan uit accepatie maar ook uit actieve weerstand. Desondanks is het toch iets om na te streven, want zonder betrokkenheid geen acceptatie en dus ook geen draagvlak, en actieve weerstand kan ook actieve betrokkenheid op een ander onderwerp betekenen.

Voor draagvlak is het nodig goed om te gaan met de zorgen en wensen van mensen. Daarvoor is “procedurele rechtvaardigheid” nodig. Dat wil zeggen dat iedereen eerlijk toegang moet hebben tot en deel kan nemen aan de besluitvormingsprocessen over bijvoorbeeld de verdeling van de baten en lasten van (duurzame) energiesystemen. Gekoppeld aan die procedurele rechtvaardigheid is het begrip “inclusiviteit”: het is ieders eigen keuze om wel of niet te participeren, maar het moet wel kunnen. Van Est en Delsing noemen een aantal ingrediënten daarvoor: betrek burgers zo vroeg mogelijk, zorg voor begrijpelijke procedures, zorg dat burgers bij inspraak respectvol erkend en gehoord worden, zorg dat ze voldoende kennis en informatie kunnen vergaren, geef ze voldoende tijd om kennis te vergaren en tot een oordeel te komen en praat met alle stakeholders.

‘Zonder betrokkenheid is er geen draagvlak’

Taboewoord Bij de discussies over pakweg de bouw van een windmolenpark lopen de emoties weleens hoog op en ontstaan er conflicten. Erg? Helemaal niet, betoogt Eva Wolf, bestuurskundige aan Tilburg University. In haar essay, getiteld Verder door verzet, signaleert ze dat conflict veelal als taboewoord wordt gezien. Dat is niet terecht, want conflict is een neutraal begrip, net als samenwerking. Een conflict is juist een uiting van betrokkenheid en kan leiden tot een beter eindresultaat; gebruik daarom de constructieve kwaliteiten ervan. ‘Dat mensen vaker en luider hun stem laten horen over wat hun aan het hart gaat is geen teken van verschraalde politiek, maar eerder van een hogere maatschappelijke betrokkenheid dan ooit.’

Bestuurders moeten hun burgers serieus nemen en – Van Est en Delsing wezen er ook al op – accepteren dat er in het participatieproces weerstand en conflict kunnen ontstaan. Te vaak is er nog sprake van een soort schijnparticipatie die burgers ontevreden achterlaat omdat ze het gevoel hebben dat het belangrijkste toch al is beslist. Wolf: ‘De afwezigheid, eerder dan de aanwezigheid van een conflict, zou beleidmakers achter hun oren moeten doen krabben: als iedereen het eens is met de plannen die op tafel liggen, gaan die plannen dan wel over wezenlijke zaken?’

Ethisch probleem

Bij conflicten hoort emotie, ook een begrip dat niet hoog scoort bij beleidsmakers en bestuurders. Het publiek wordt vaak afgeschilderd als emotioneel en om die reden als irrationeel in zijn reacties op risicovolle technologieën. Maar emotionele reacties zijn niet per definitie irrationeel, stelt Sabine Roeser, hoogleraar Ethiek aan de TU Delft. Ze kunnen juist een belangrijke rol spelen bij ethische besluitvorming omdat ze zicht kunnen bieden op belangrijke morele waarden die anders misschien over het hoofd worden gezien. En als mensen het gevoel hebben dat er in de besluitvorming rekening wordt gehouden met hun zorgen en waarden, dan kan dit bijdragen aan draagvlak.

Maar het is belangrijk om draagvlak niet als doel op zichzelf na te streven, waarschuwt ze. De kans is dan groot dat bedrijven of beleidsmakers een vooropgezet doel bij het publiek “erdoorheen willen drukken”. Dat is ethisch problematisch, omdat burgers in zo'n situatie instrumenteel worden gebruikt. Bovendien werkt het vaak averechts omdat burgers dat niet zullen waarderen. Ethisch verantwoorde, emotioneel-morele deliberatie moet oprecht open zijn. Dat wil zeggen dat er echt naar burgers wordt geluisterd en dat de uitkomsten niet van tevoren vaststaan. Het moet mogelijk zijn dat een voorstel uit het bedrijfsleven of van de overheid wordt bijgesteld op basis van ideeën, waarden en zorgen van burgers.

Raadsleden Marije van den Berg, onderzoeker, adviseur en spreker op het gebied van (lokale) democratie, is bezorgd over de rol en positie van de gekozen volks-vertegenwoordigers. Bij de energietransitie worden majeure, strategische keuzes gemaakt op regionale schaal, grotendeels zonder substantiële invloed van lokale volksvertegenwoordigers (laat staan individuele burgers). Er is een gebrek aan democratische kwaliteit, terwijl verantwoordelijkheid en dus zeggenschap juist heel breed moet worden gedeeld, anders gaat het niet lukken met de transitie.

Zelden is de opvatting van gemeente- raden over participatieprocessen gestoeld op gedeelde en expliciete criteria over wat een goed proces is, aldus Van den Berg. Ze hebben altijd wel een gevoel of mening over de kwaliteit van de besluitvormingsprocessen en de participatie in hun gemeente, maar om steviger en doelgerichter te kunnen sturen en met gezag te kunnen controleren, is visie nodig. Een kijk op democratische kwaliteit.

Van den Berg is kritisch over de huidige praktijk: ‘We gebruiken de gemeenteraad in de meeste besluitvormingstrajecten over de energietransitie slechts als veredelde stempelpost.’ Gemeenteraden moeten daarom aan de bak en aan de energietransitie niet alleen klimaat-technische, maar ook stevige democratische eisen stellen.

Prosociaal Alle discussies over het creëren van draagvlak gaan te veel uit van de passieve burger, aldus Tine de Moor, hoogleraar Sociale en Economische Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Zij ziet een “prosociale burger” die veel actiever is, zelf het initiatief neemt en de aanvliegroute van het beleid wil meebepalen.

Daar wordt nu nog te weinig mee gedaan. In het huidige beleid rond het betrekken van burgers zit niet veel structuur en er wordt weinig nagedacht over de keuze welk participatie-instrument in een gegeven situatie het best geschikt is. Dat levert een onoverzichtelijke situatie op, voor burgers, beleidsmakers én ambtenaren. Het rondstrooien van wat extra “participatiesterrenstof” is, hoe goed bedoeld ook, niet voldoende om dit probleem aan te pakken.

We moeten toe naar een prosociaal denkende samenleving met steeds meer burgers die voorbij de eigen voordeur denken, stelt De Moor. De energiecollectieven kunnen daar een goede rol bij spelen: doordat ze meer betrokken zijn bij het beslissingsproces, worden burgers ertoe aangezet om te gaan denken over de aard van de problemen, maar ook over de oplossingen. Deze actieve burgerbetrokkenheid heeft als mogelijke bijvangst dat meer burgers prosociaal leren denken.

Aan gemeentebesturen de taak om toe te zien op de ontwikkeling van een integraal burgerbetrokkenheidsplan – niet alleen voor de energietransitie, maar ook voor andere veranderingen in de samenleving waar betrokkenheid van burgers een beter beleid kan opleveren. ◼ De essays zijn gepubliceerd op de website www.publiekdenken.nl. Gekoppeld aan de essays hebben Publiek Denken en DuurzaamDoor de podcastreeks Een zoektocht naar draagvlak geproduceerd. Deze is te beluisteren via de website van Publiek Denken.

Deel dit artikel