Er is meer nodig dan wat extra boompjes en struikjes

Den Haag heeft profijt van groen bouwen

Tekst Roy Touker

Beeld Shutterstock

Natuurinclusief bouwen staat in de belangstelling. Het is op zichzelf niks nieuws, maar het maken van beleid hiervoor wel. Elke deelnemende overheid experimenteert met eigen regels en opvattingen. Den Haag werkt bijvoorbeeld met een puntensysteem, terwijl in Overijssel (zie kader) de provincie, Natuur en Milieu Overijssel en de Vogelbescherming de handen ineen hebben geslagen om een verantwoorde groene omgeving te realiseren.

‘Groen voorziet in plekken voor rust en ontspanning en maakt de stad mooier’

Natuurinclusief bouwen is een mooie term, maar wat houdt het nu precies in? In het gemeentelijk magazine De Stad Natuurlijk – natuurinclusief bouwen in Den Haag legt de Haagse wethouder Stadsontwikkeling Boudewijn Revis dat uit: ‘Ik spreek liever over natuurinclusief én groen bouwen, omdat we bij nieuwbouw niet alleen zorgen voor nestgelegenheid voor beschermde diersoorten, maar juist ook voor mooie, groene daktuinen en muren. Groen voorziet in plekken voor rust en ontspanning en maakt de stad mooier.’

In Den Haag zorgde een raadsmotie in 2015 voor het vastleggen van natuurinclusief beleid dat een jaar later voorzichtig van kracht werd. De gemeente staat voor een flinke opdracht. De stad heeft aantrekkelijke parken en fraaie duinen, bossen en landgoederen, maar kent ook de hoogste bevolkingsdichtheid van Nederland. De hofstad telt momenteel zo’n 539.000 inwoners, maar de komende 20 jaar komen daar naar verwachting nog eens 100.000 inwoners bij.

Puntensysteem Een vast gegeven is dus dat veel woningen nodig zijn, maar ook woonkwaliteit: wijken waar het prettig wonen is en daarvoor is onder meer groen nodig. Het Haagse beleid gaat veel verder dan wat extra boompjes en struiken planten. Groene muren en daken moeten er komen en daarvoor is beduidend meer nodig dan een likje verf. Daken moeten beplant worden, variërend van sedum tot heesters, en muren moeten getooid worden met klimplanten. Nestkasten voor huismussen, maar ook voor slechtvalken en zwarte roodstaarten zijn nodig. Vleermuizen moeten winterverblijven krijgen, insecten hun eigen “hotel” en vlinders hun struiken. Gedacht wordt ook aan miniparken, boomgaarden en ecologische tuinen.

Om dat alles te bewerkstelligen, gaat Den Haag werken met een puntensysteem. Gemeentelijk landschapsarchitect Irene Mulder legt dat uit: ‘We hebben een lijst opgesteld van dertig maatregelen die bijdragen aan natuurinclusiviteit. Die maatregelen leveren punten op en architecten moeten bij een ontwerp een bepaald aantal punten halen, wil een plan ook gerealiseerd worden. Het puntensysteem wordt de komende jaren gefaseerd ingevoerd.’

Een geveltuin levert bijvoorbeeld één punt op, terwijl een groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen meteen goed is voor vier punten. Kleinschalige projecten moeten minstens vijf punten halen, terwijl de eis bij grootschalige projecten minimaal zestien punten is. ‘Wij willen architecten niet in een keurslijf dwingen. Ze mogen zelf een keus maken uit die dertig maatregelen, zolang ze het minimum aantal punten maar behalen,’ verduidelijkt Mulder.

Leuk zo’n puntensysteem, maar de vraag is natuurlijk of dat ook werkt in de praktijk. ‘Om die reden hebben wij negen architectenbureaus gevraagd om ontwerpen te maken volgens het puntensysteem. Daarmee hebben we een voorbeeldenboek gemaakt dat ambtenaren, bouwers en architecten kan inspireren,’ legt Mulder uit. De verdichting van Den Haag en de beperkte ruimte zorgden voor een extra uitdaging bij het ontwerpen. ‘Door de verdichting moeten we bij bouwprojecten de hoogte in, maar we moeten ook rekening houden met de natuurwaarden en de kwaliteit van de leefomgeving. De biodiversiteit moet opleven en we moeten een aangenaam leefklimaat creëren. Wij hebben in Den Haag nu eenmaal de ruimte niet om heel grote parken te kunnen aanleggen, maar we kunnen wel zo veel als mogelijk verdichten, vergroenen en verduurzamen.’

De negen ontwerpen zijn fictief – alleen bedoeld als denkrichting en mogelijkheid. Het was niet vereist dat de ontwerpen ook gerealiseerd zouden worden. Dat is jammer, want er zitten pareltjes van ontwerpen bij, zoals een groene vallei op de Binckhorst of een torenflat met een groene spiraal in het Haagse Hout. Mulder: ‘Misschien moeten we de natuurinclusief-ontwerpvraag nog een keer herhalen, maar dan met projectontwikkelaars als deelnemers.’

Groene wiel De Haagse landschapsarchitect volgt natuurlijk ook de groene ontwikkelingen in de rest van het land – natuurinclusief bouwen is immers een trend aan het worden. ‘We zijn op verschillende plekken in het land met hetzelfde bezig en we moeten onze kennis delen en van elkaar leren. We hoeven dus niet allemaal het groene wiel opnieuw uit te vinden.’ Dat neemt niet weg dat Den Haag voor specifieke uitdagingen staat. Mulder: ‘We willen het landschap vrijhouden en daarom gaan we vooralsnog niet in het buitengebied bouwen. Bouwen in hoge dichtheden biedt ook kansen voor het realiseren van stedelijke kwaliteit.’

Extra investeringen Het planologisch en juridisch verankeren van het puntensysteem is nog niet zo eenvoudig. Mulder: ‘Een bestemmingsplan laat het vastleggen van dergelijke keuzes niet toe. Een omgevingsplan biedt meer reikwijdte. Daarom liggen er in de Binckhorst waar als pilot al een omgevingsplan gemaakt is ook al natuurinclusieve gebouwontwerpen op tafel. En overal waar de beoogde bouwgrond eigendom is van de gemeente kunnen we in een contract eisen stellen aan bouwers.’

Alle plannen brengen extra investeringen met zich mee. Volgens Mulder vallen die meerkosten mee: ‘Het gaat om hooguit 1 à 2 procent van de bouwkosten extra. We moeten die meerkosten normaal gaan vinden. Toen de huizen in Nederland geïsoleerd werden, bracht dat ook meerkosten met zich mee en we zijn dat ook gewoon gaan vinden. En we hebben tenslotte ook profijt van groen bouwen. Grotere bouwbedrijven zijn hiermee al bezig en vervullen een voortrekkersrol. Den Haag moet over 10 jaar een stad zijn waar het nog steeds prettig wonen is.’ ◼

‘We hoeven het groene wiel niet opnieuw uit te vinden’

Alle kleine bee(s)tjes helpen

In Overijssel is de ambitie hoog: Natuurinclusief bouwen moet “het nieuwe normaal” worden. Provincie, Natuur en Milieu Overijssel (NMO) en de Vogelbescherming hebben daarom de handen ineengeslagen. Martijn Wubbolts, projectleider Natuur en Ruimte bij NMO, weet dat een lange weg te gaan is: ‘We moeten bewustwording creëren, dieper nadenken, meer aandacht hebben voor de natuur. Niet alleen bij nieuwbouw of renovaties, maar ook bij het inrichten van de tuin en zelfs bij het kiezen van plantjes voor op het balkon. Het hoeft allemaal niet groot te zijn, alle kleine bee(s)tjes helpen.’

‘In de ontwerpfase moet al aandacht zijn voor natuurinclusief bouwen, het moet vooraan staan. Je zou het in een bouwbesluit kunnen vastleggen, maar de vraag is of het dwingend moet worden opgelegd. Moeten we die kant op? Ik hoop het niet, het mooist is juist als we dat niet hoeven te doen. En dat lukt als we inzetten op bewustwording. Dan krijg je mensen gemakkelijker mee. Als we proactief opkomen voor de belangen van natuur en milieu krijg je later in het proces ook minder bezwaren uit de groene hoek. We hebben de komende jaren nog zat uitdagingen.’

Groene vrijwilligers

Natuurinclusief bouwen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Wubbolts geeft een simpel voorbeeld: ‘Een huis moet niet alleen bedoeld zijn voor de mensen die er wonen, het moet ook een goede omgeving zijn voor dieren en insecten. Nog simpeler: als je vlinders in je tuin wilt hebben, zul je vlinderstruiken moeten planten. Het gaat erom dat nagedacht wordt over de drie V’s: Voedsel, Veiligheid en Voortplanting voor de natuur in de eigen leefomgeving.’

Uitgangspunt van het Overijsselse plan is dat “groene vrijwilligers” met een projectontwikkelaar om tafel gaan zitten om de natuurbelangen te benadrukken, lokale kennis en praktische tips in te brengen. Vorig najaar is al begonnen met workshops en masterclasses voor die vrijwilligers. ‘We hebben er nu dertig, maar ook op dit gebied is meer diversiteit nodig. We zitten met de vrijwilligers nog in een ontdekkingsfase en we zien het als een voortraject. Uiteindelijk zou het moeten leiden tot een provinciedekkend netwerk waar ontwikkelende partijen als gemeenten, ontwerpers en (ver)bouwers bij terechtkunnen.’

Goede voorbeelden Overijssel anticipeert op de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2021 van kracht wordt. Wubbolts: ‘Die wet is goed nieuws voor natuurinclusief bouwen, want daarmee regelen ontwikkelende partijen participatie al aan de voorkant. Zo kan de natuur al in een vroeg stadium in het projectplan verweven worden.’

Hij ziet om zich heen al goede voorbeelden van natuurinclusief bouwen. ‘Mooi is wat men in Zwolle heeft gedaan met een voormalige watertoren. Daarin zijn niet alleen appartementen gerealiseerd, maar ook meteen nesten voor zwaluwen en onderkomens voor vleermuizen.’ Dat natuurinclusief bouwen ook meteen duurder moet zijn, bestrijdt hij: ‘Als je de natuuraspecten al in het voortraject meeneemt, kost dat vaak geen extra geld. Integendeel, het levert juist wat op: een natuurinclusief gebouw heeft een hogere waarde.’ Martijn Wubbolts houdt zich aanbevolen voor allerlei groene tips. Hij is bereikbaar via wubbolts@natuurenmilieuoverijssel.nl.

Deel dit artikel