Nationale Dialoog Bouwcultuur

Niet lullen maar bouwen

Tekst Jelle van der Meulen

Beeld Fiks Nederland/Bram Petraeus

Nederland staat voor grote uitdagingen, die veelal met de bouwsector te maken hebben. Tijdens de Nationale Dialoog Bouwcultuur, die 5 maart werd georganiseerd, zochten de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en Kunsten ’92 samenwerking met elkaar en met partijen die niet vanzelfsprekend hun vrienden zijn. Het uitgangspunt: met z’n allen zo snel mogelijk aan de slag.

Niet eerder kwamen zo veel verschillende partijen bij elkaar

Voor Flip ten Cate, directeur van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en samen met Kunsten ’92 medeorganisator van de bijeenkomst, kwam de Verklaring van Davos (2018) als een geschenk uit de hemel. In deze verklaring roepen de Europese Ministers van Cultuur op tot de ontwikkeling van een hoogwaardige bouwcultuur in Europa. ‘Daar staat met zoveel woorden in: cultuur is belangrijker dan economie,’ legt Ten Cate uit. ‘Het roept op om te werken aan een inclusieve samenleving, met een goede omgevingskwaliteit, waardoor de omgeving en positie van burgers verbetert. Daarbij wordt bovendien rekening gehouden met eventueel erfgoed. Dat is echt een belangrijke stap; tot nog toe ontbrak nog wel eens het besef dat bouwen een culturele daad is. Met de Nationale Dialoog Bouwcultuur willen we daarom het startschot geven van de Nederlandse invulling van de Verklaring van Davos.’

De Nationale Dialoog Bouwcultuur werd georganiseerd op Park Vliegbasis Soesterberg

‘Bouwkwaliteit is belangrijk, maar het gaat ook om welke waarden wij hebben als land’

Uit de eigen bubbel Nederland staat namelijk voor grote uitdagingen, die veelal met de bouwsector te maken hebben. ‘Zaken als het Klimaatakkoord en de energietransitie moeten aan elkaar geknoopt worden,’ zegt Ten Cate. ‘Juist daarom hebben we deze dag zo breed mogelijk georganiseerd. Op het podium staan onder andere een projectontwikkelaar, een afgevaardigde van de duurzame energiesector, een aannemer, iemand die bezig is met fabrieksmatige bouw. Uit mijn eigen netwerk en dat van Kunsten ’92 komen ontwerpers, overheden en mensen uit de kunst- en cultuurwereld. Het gaat al die partijen aan en we zoeken dus ook met iedereen de samenwerking.’

Een groep die echter grotendeels ontbreekt, zijn de bouwbedrijven. ‘Ook met bouwbedrijven zoeken we de verbinding, maar we komen op de een of andere manier niet snel buiten onze eigen bubbel,’ legt Ten Cate uit. ‘Die frustratie is er over en weer, want het besef en de bereidheid het samen te doen zijn absoluut aanwezig. We weten alleen nog niet precies hoe. Maar de Nationale Dialoog Bouwcultuur is ook hierin een stap in de goede richting, om samenwerking te zoeken met partijen die niet vanzelfsprekend onze vrienden zijn, om toch gemeenschappelijke belangen te vinden waar het normaliter vaak schuurt.’

En tijdens de plenaire ochtendsessie schuurt het al snel. Een voormalig wethouder (en zelfbenoemd boze burger) verwijt een vertegenwoordiger van de bouwbedrijven enkel uit te zijn op financieel gewin. Andere stemmen pleiten voor meer aandacht voor groen in toekomstige bouwplannen, of het intensiever betrekken van burgers bij besluitvorming. De leus ‘niet lullen, maar bouwen’ verwoordt een belangrijke boodschap, waar alle aanwezigen achter lijken te staan: er moet snel gehandeld worden.

Durf te dromen Samen dat handelen vormgeven is het uitgangspunt van de Nationale Dialoog Bouwcultuur. Verbinding en het delen van expertise zijn daarvoor essentieel. ‘Het is niet de harde kant van de stenen die verbinding genereert, dat is juist het het culturele aspect,’ vertelt Marijke van Hees, voorzitter van de Raad voor Cultuur. ‘Al het bouwen is inderdaad een culturele daad. Natuurlijk is bouwkwaliteit belangrijk, maar het gaat ook om welke waarden wij hebben als land.’

De organisatie legt daarom de nadruk op inclusief bouwen, waarbij alle partijen, burgers incluis, nauw betrokken zijn. ‘Ruimtelijke ordening is veel te belangrijk om alleen aan boekhouders over te laten,’ beaamt rijksbouwmeester Floris Alkemade. ‘Mensen geven bovendien veel om het landschap, om hoe hun land eruitziet. Durf daarom ook te dromen! We mogen best meer verlangens hebben over onze omgeving.’

Daarom zijn kunst en cultuur heel belangrijk in de fysieke invulling van toekomstig Nederland, aldus Heleen Alberdingk Thijm, belangenbehartiger van de cultuursector namens Kunsten ’92. ‘Kunst en cultuur hebben in allerlei aspecten van de samenleving een rol, ook al is het daar in principe niet voor opgericht,’ legt Alberdingk Thijm uit. ‘Als je de komende jaren alleen uitgaat van de urgentie, van snel bouwen, niet te veel geld uitgeven, dan is over 30 jaar Nederland volledig verpest. Dan staan er overal dozen, is iedere gemeente met zichzelf bezig. De overheid moet dus zorgen dat er een overkoepelende visie komt. Als je daarbij bouwen niet ziet als een culturele en een creatieve daad, wat krijg je dan?’

Mooiwaarts Trofee

De gemeente Hoeksche Waard was de winnaar van de Mooiwaarts Trofee, een prijs voor personen of organisaties die op een inspirerende manier samenwerken aan ruimtelijke kwaliteit. De gemeente Hoeksche Waard won de prijs vanwege het vernieuwende participatieproces dat het gebruikte bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie Hoeksche Waard. De gemeente streefde ernaar zo veel mogelijk mensen te betrekken bij dit proces, en deed dat onder andere door huis-aan-huis ansichtkaarten te verspreiden waarop inwoners hun visie op de gemeente konden geven. Ook organiseerde Hoeksche Waard teken- en vlogwedstrijden georganiseerd om jongeren meer te betrekken.

Ruimtelijke ordening is te belangrijk om aan boekhouders over te laten, aldus rijksbouwmeester Floris Alkemade (l.)

Participatieve economie Om de bouwopgave vanuit dat juiste perspectief te benaderen, zijn radicale veranderingen in onze denkpatronen vereist, zegt Leo van Broeck, Vlaams bouwmeester. ‘Ook in onze sector krijgt een essentieel onderliggend vraagstuk te weinig aandacht: ons economische systeem. Economische groei is absurd op een planeet die niet meegroeit. Het winnen van grondstoffen is verantwoordelijk voor 90 procent van alle verdwenen soorten en voor 50 procent van alle uitstoot. Het is toch hoog tijd dat we daar vragen bij stellen.’

Winst voor een klein groepje aandeelhouders is volgens Van Broeck niet meer van deze tijd. Hij pleit daarom voor een nieuwe vorm van participatieve economie. ‘De verdienmodellen liggen in te weinig handen,’ legt hij uit. ‘De manier om burgers te betrekken bij verandering, is ze een belanghebbende partij te maken. In sommige Vlaamse steden hebben burgercorporaties bijvoorbeeld aandelen in het eigen windmolenpark. De winst die dat opbrengt, gaat naar de gemeente en komt dus de gemeenschap ten goede. Een ander voordeel is dat protest, in dit voorbeeld tegen windmolens, nagenoeg verdwijnt, omdat burgers betrokken zijn bij besluitvorming en als het ware allemaal mede-CEO van een bedrijfje worden. We moeten productiemiddelen daarom niet collectiviseren, maar zo breed mogelijk privatiseren.’

Elkaar vasthouden Een dergelijke systeemverandering zal niet snel ontstaan, maar met de Nationale Dialoog Bouwcultuur is wel een enorme stap gezet. Tijdens één van de acht middagworkshops hebben prominente aanwezigen in een bunker een pact gesloten. ‘Groepjes van vier à vijf mensen, uit volslagen verschillende sectoren, hebben zich aan elkaar verbonden,’ legt ten Cate uit. ‘Zij hebben afgesproken binnen 6 weken te besluiten op welke manieren zij gaan samenwerken. De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Vereniging Deltametropool brengen die samenwerkingsvoorstellen vervolgens bij elkaar, om daarna gezamenlijk te bespreken hoe we weer verder gaan.’

‘Vandaag hebben we echt iets bereikt,’ vult Alberdingk Thijm aan. ‘Niet eerder zijn zo veel diverse partijen bij elkaar geweest. En we hebben afgesproken elkaar de komende jaren stevig vast te houden.’ Ten Cate ziet zowel culturele als economische winst in het verschiet. ‘Als we bij het bouwen het culturele aspect goed op het netvlies hebben, verkoopt Nederland over 10 jaar op dit gebied exportproducten aan de hele wereld.’ ◼

image

Deel dit artikel