Verschillende stemmen, beter beleid
Tekst Dave Schut Beeld Hilbert Krane
Durf je stem te laten horen. Ga het gesprek aan. Want juist in de uitwisseling van verschillende perspectieven ontstaan de beste ideeën en het meest doordachte beleid. Dat is de gedeelde overtuiging van Jan-Kees Goet en Nurullah Gerdan. Ondanks hun generatieverschil vinden ze elkaar in hun streven naar een inclusieve en diverse werkomgeving, waarin iedereen zich gehoord en gewaardeerd voelt.
Nurullah Gerdan (l.) en Jan-Kees Goet roepen ambtenaren op betrokken en hoopvol te blijven
‘Wanneer je je uitspreekt, laat je zien dat je betrokken bent’
Jan-Kees Goet is secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Hij begon bij de rijksoverheid in 1988. ‘Ik heb zowel in beleid als uitvoering gewerkt. Ik ben bestuursvoorzitter van het COA geweest, plaatsvervangend hoofd van de AIVD en ik heb in het veiligheidsdomein gewerkt. Daarom zeg ik altijd tegen jonge, nieuwe collega’s dat ik de overheid heb ervaren als een fantastische werkgever. Er zijn zoveel verschillende facetten, daar kun je heel lang plezier aan beleven.’ ‘Over generatieverschillen gesproken,’ zegt Nurullah Gerdan met een glimlach. ‘Toen Jan-Kees begon, moest ik nog geboren worden. Dat was in de tijd dat de Berlijnse Muur viel. Ik kwam dus in een andere wereld terecht.’ Gerdan werkt als strateeg bij LVVN veel met Goet samen. Eerder was hij in dienst bij de gemeente Haarlemmermeer.
Eigen referentiekader Gerdan is oprichter en voorzitter van Kleurrijk Netwerk, een medewerkersnetwerk dat diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie bij LVVN en de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Groene Groei bevordert. Goet: ‘In die hoedanigheid is Nurullah mijn rechtstreekse gesprekspartner. Hij zit namens de collega’s bij mij aan tafel.’ Goet heeft veel van Kleurrijk Netwerk opgestoken, zegt hij. ‘Iedereen heeft een eigen referentiekader. Het is belangrijk om je bewust te worden van de verschillende perspectieven waarmee je naar vraagstukken kunt kijken. Want als je dat onbenoemd laat, ga je langs elkaar heen praten.’ Zo zijn er duidelijke verschillen tussen oudere en jongere generaties, vertelt hij. ‘De jongste generaties verbinden hun persoonlijke idealen aan hun werk als ambtenaar. Veel meer dan toen ik bij de rijksoverheid begon. Dat kan over diversiteit en inclusie gaan, of over klimaat, of over internationale perspectieven. Gaza heeft natuurlijk veel losgemaakt. Ik nodig ze altijd uit om die dilemma’s te bespreken, dat is ook een vast onderdeel van ons programma voor nieuwe medewerkers.’
Andere kenmerken Toen Gerdan bij de overheid begon, merkte hij dat leeftijdsverschillen een rol speelden op de werkvloer. ‘Ik was natuurlijk opgegroeid met leeftijdsgenoten, van de basisschool tot mijn studie, en toen ik ging werken, was ik ineens collega van mensen die al kleinkinderen hadden. Ik keek automatisch tegen ze op. Zij wisten hoe het werkte, ik wilde van ze leren. Op zich een gezonde houding, maar wat ik merkte, was dat ik me ging conformeren. Het is waardevol als jongere generaties zich blijven verwonderen en vernieuwing met zich meebrengen.’ Dit is niet alleen een generatiekloof, zegt Gerdan. ‘Ook andere diversiteitsdimensies spelen mee, zoals opleiding, een migratieachtergrond, stad versus platteland. Ik ben bij de overheid gaan werken omdat ik zelf in mijn omgeving heb gezien hoe het kan zijn als de overheid er niet voor je is. Wat er gebeurt als een instantie te homogeen is, als iedereen op elkaar lijkt en op dezelfde manier denkt. Misstanden zoals de toeslagenaffaire, etnisch profileren bij de politie of geheime spionageonderzoeken in moskeeën, zijn daar deels het gevolg van. Die patronen wil ik helpen veranderen.’
Open gesprek Gerdan had geluk met zijn eerste werkgever, professor Roel in ’t Veld. ‘Ik was 23, hij 73. Vanaf het begin zei hij: ik wil dat je brutaal bent. Als je het niet met me eens bent, wil ik dat van je horen. Dat bleef hij de hele tijd herhalen. Daardoor werd ik vanzelf meer uitgesproken. Het doet iets met je zelfvertrouwen. Bij zijn afscheidsdiner hield hij een speech, hij keek naar mij en zei dat hij van de jongste van de groep het meest had geleerd. Toen wist ik: oké, mensen kunnen dus ook iets van mij opsteken. Ik hoef niet alleen naar anderen op te kijken.’ Net als In ’t Veld is ook Goet hier actief naar op zoek. ‘Ik houd van dat open gesprek,’ zegt hij. ‘Ik jaag het aan. Laatst nog waren er vier verschillende netwerken bij de bestuursraad op bezoek om hun jaarplannen toe te lichten. Dat leidt ook bij ons tot nieuwe gedachten. Maar ik weet dat mensen dit spannend vinden. Ik schrijf bewust interne blogjes en dergelijke om medewerkers tot het open gesprek uit te nodigen. Sommige leidinggevenden hebben daar ook aanmoediging nodig.’
Weloverwogen besluiten Het is een misverstand dat managers altijd het antwoord zouden moeten hebben, zegt Goet. ‘Laatst vroeg een leidinggevende zich af wat hij moest zeggen als een ambtenaar wil meedoen aan een demonstratie van Extinction Rebellion op de A12. Toen zei ik: nou, ik verwacht niet dat jij daar zelf direct antwoord op moet geven. Wat ik dan wel weet, is dat er blijkbaar behoefte is aan een gesprek. Dat gesprek moet je faciliteren. Samen puzzelen, daar draait het om. Beseffen dat er nooit maar een oplossing bestaat. Het is nu juist ons vak om alle feiten en nuances zo duidelijk mogelijk op tafel te krijgen, zodat bewindspersonen weloverwogen besluiten kunnen nemen.’ Volgens Gerdan moeten we af van de term loyale tegenspraak. ‘Ik heb een beetje een hekel aan die term. Als ik mijn perspectief deel, is dat per definitie een vorm van loyaliteit. Afhaken, saboteren, wegkijken – dat is pas gebrek aan loyaliteit. Wanneer je je uitspreekt, is dat een teken van betrokkenheid.’
‘Wees je bewust van de verschillende perspectieven’
Uitnodigend Rekening houden met verschillende perspectieven is niet alleen sociaal, het is ook gewoon slimmer, benadrukt Gerdan. ‘De wetenschap heeft aangetoond dat divers samengestelde teams creatiever en productiever zijn wanneer ze gelijkwaardig en inclusief opereren. Daar zijn alleen wel de juiste vaardigheden van de leidinggevende voor nodig. Het is nu eenmaal makkelijker om een homogene groep te leiden dan een diverse groep. Je hoeft minder rekening te houden met verschillen, je kunt sneller besluiten nemen, mensen zijn eerder op elkaar ingespeeld. Maar je kunt ook sneller de verkeerde richting op gaan. Je vangt minder signalen op. Een divers en inclusief team vergroot de kwaliteit.’ Het toverwoord is volgens Gerdan oprechte interesse. ‘Dat is echt het belangrijkste. Durf te luisteren. Probeer niet overal een antwoord op te hebben, maar stel de juiste vragen. Voor mij is dat de kern van inclusief leiderschap.’ Tegelijkertijd roept hij ambtenaren op om zich uit te spreken. ‘Niet alleen ambtenaren van mijn generatie, maar van alle leeftijden en alle achtergronden. In het begin van mijn loopbaan merkte ik dat collega’s vaak dezelfde zorgen hadden als ik, maar dat ze die liever niet op tafel legden. Misschien was dat niet goed voor je carrière, dachten ze dan, of ze voelden zich op een andere manier niet veilig genoeg. Ik zou mijn collega-ambtenaren willen vragen om dat ongemak aan te gaan. Want ik heb gemerkt dat dit juist goed is voor het onderlinge vertrouwen. Ook al heb je soms het idee dat er niks mee gebeurt: blijf het doen. Blijf betrokken. Blijf hoopvol.’ ‘Daar sluit ik me volledig bij aan,’ zegt Goet. ‘Als leidinggevenden hebben we dat nodig. Dat geldt ook voor mij als SG. Mijn ambtenaren zijn mijn ogen en oren. Het is voor mij het moeilijkst om te horen dat er iets niet is uitgesproken. Ik kan het niet in mijn eentje. Dat is ook de waarde van Kleurrijk Netwerk en andere netwerken: medezeggenschap. Mijn boodschap voor collega-leidinggevenden zou zijn: wees daar uitnodigend in.’ ◼
Deel dit artikel