Diversiteit kun je niet zien

Tekst Paul Iske Beeld Paul Iske
Diversiteit wordt vaak beoordeeld op uiterlijke kenmerken, maar echte diversiteit zit dieper. Verschillende perspectieven zijn cruciaal om complexe problemen op te lossen, maar worden vaak over het hoofd gezien. Waarom kijken we vooral naar leeftijd, geslacht of afkomst, terwijl juist denkvermogen en creativiteit het verschil maken?
Verschillende perspectieven
‘Diversiteit draait om individuele kwaliteiten en ervaringen’
Diversiteit is een belangrijk thema in de hedendaagse maatschappij. Iedereen moet mee kunnen doen. Bovendien, om complexe problemen op te lossen, hebben we diverse perspectieven nodig. Dit wordt mooi geïllustreerd in de fabel van de olifant die door zes geblinddoekte mensen wordt betast. Aan hen wordt gevraagd wat ze voelen.
- De eerste voelt een poot en denkt aan een boom.
- De tweede voelt de buik en vergelijkt die met een muur.
- De derde voelt een slagtand en associeert deze met een speer.
- De vierde voelt de slurf en denkt aan een slang.
- De vijfde verwart de staart met een touw.
- De zesde denkt bij een flapperend oor aan een ventilator.
Pas wanneer ze hun waarnemingen delen en combineren, ontstaat het complete beeld: een olifant.
Dit fenomeen noemen we emergentie: een eigenschap van complexe systemen waarin bepaalde patronen pas zichtbaar en begrijpelijk worden als men het geheel vanuit verschillende perspectieven bekijkt. Dit illustreert waarom diversiteit in denken zo belangrijk is, zeker bij de overheid, waar complexe vraagstukken aan de orde van de dag zijn. Het is dan ook niet vreemd, en zelfs te prijzen, dat men actief op zoek gaat naar mensen met verschillende achtergronden en denkwijzen. Toch moeten we hierbij oppassen. Albert Einstein zei ooit: ‘Je moet dingen zo eenvoudig mogelijk maken, maar niet eenvoudiger dan dat.’ Mijn zorg is dat diversiteit te vaak wordt gereduceerd tot uiterlijke kenmerken: man/vrouw, jong/oud, westers/niet-westers, enzovoort. Dit leidt tot stereotypering op basis waarvan ook nog eens beleid wordt gemaakt, zoals quota voor bepaalde groepen.

Generatiediscussie Een goed voorbeeld hiervan is de generatiediscussie. Binnen de overheid hoor je vaak: jonge ambtenaren brengen vernieuwende ideeën en energie, terwijl ervaren ambtenaren zorgen voor kennis en stabiliteit. Deze combinatie is essentieel voor een toekomstbestendig openbaar bestuur. Eerlijk gezegd vind ik dit een lelijke en onjuiste uitspraak. Toen ik leidinggaf aan de incubator, de innovatieclub van ABN AMRO, streefde ik naar echte diversiteit binnen mijn team. Dat betekende ook het inzetten van ervaren medewerkers. In die tijd hadden werknemers boven een bepaalde leeftijd ontslagbescherming. Wanneer zij boventallig werden verklaard, kwamen ze in een regeling waarbij hun salaris werd betaald uit een HR-budget. Iedereen die hen wilde inzetten, kon dat kosteloos doen. Ik vroeg twee van deze ervaren medewerkers om mee te werken aan innovatieve projecten: crowdfunding en een nieuw pensioenproduct. Dit laatste project liep tien jaar vooruit op de pensioenstelselwijziging die we nu zien. Daarnaast droegen zij bij aan diverse andere innovaties en kwamen regelmatig met creatieve ideeën. Soms waren die zelfs zo vooruitstrevend dat ik hen eraan moest herinneren dat zij misschien geen carrière meer hoefden te maken binnen ABN AMRO, maar dat hun jongere collega’s dat nog wel wilden. Dit laat zien dat leeftijd op zichzelf niets zegt over iemands creativiteit of innovatieve vermogen.
Creativiteit en leeftijd Mijn observatie wordt ondersteund door inzichten over creativiteit, dat vaak wordt gedefinieerd als het vermogen om multi-paradigmatisch te denken – oftewel, om zaken vanuit verschillende perspectieven te benaderen. De vraag is hoe je dat vermogen kunt meten en versterken. Twee processen spelen hierbij een belangrijke rol:
- Goede vragen stellen Het stellen van dit soort vragen opent nieuwe perspectieven en oplossingen. Niet: hoe laat is het? Maar: wat vind jij ervan, wat zou er gebeuren als…, wat kunnen we samen doen of waarom doen we dit eigenlijk op deze manier?
- Het leggen van nieuwe verbindingen Denk aan legoblokjes waarmee je eindeloos nieuwe bouwwerken kunt maken, of DNA, dat in verschillende combinaties unieke individuen voortbrengt. Een goed voorbeeld van zo’n creatief proces is humor. Waarom lachen mensen? Omdat er nieuwe, onverwachte informatie binnenkomt. We lachen als iets absurd, overdreven, onlogisch of ongepast is.
Er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen leeftijd en creativiteit, onder andere door NASA. Zij ontwikkelden een eenvoudige formule: Creativiteit = Vragen x Lachen. Hoe vaker iemand vragen stelt en lacht, hoe hoger is zijn of haar creativiteitsindex. Onderzoek toont aan dat deze index in de vroege jeugd extreem hoog is: vierjarigen scoren gemiddeld 98. Maar naarmate mensen ouder worden, daalt deze waarde drastisch. Bij volwassenen is de score gemiddeld 2. Ze zijn “terminaal serieus” geworden. Het goede nieuws? Na de pensioenleeftijd stijgt de creativiteitsindex weer! De oorzaak van deze daling ligt voor de hand: onderwijs en werkstructuren dwingen ons om binnen methodes te denken. Creatieve oplossingen die “fout” zijn, worden niet gewaardeerd. Zoals Sir Ken Robinson ooit zei: ‘Schools kill creativity.’ Daarna volgen wetten, regels, richtlijnen, best practices en corporate trainingen, waardoor men steeds minder ruimte krijgt voor creatief denken. Het is dan ook helemaal niet zeker dat jongere werknemers (tenzij ze jonger zijn dan zes jaar!) daadwerkelijk creatiever zijn dan mensen aan het einde van hun loopbaan.
Diepere verkenning Met dit voorbeeld wil ik aantonen dat diversiteit niet draait om uiterlijk of leeftijd, maar om individuele kwaliteiten, ambities en ervaringen. Dit vraagt om een diepere verkenning dan het hokjesdenken waar we nu vaak in vervallen. Leeftijd kun je zien. Maar diversiteit – bijvoorbeeld in creatief denken – kun je niet afleiden uit iemands geboortedatum. En ja, ook mijn pensioengerechtigde leeftijd is niet meer zo ver weg. ◼
Deel dit artikel