Met elkaar op zoek naar de beste oplossingen

Aan de slag met Wij-Werken

Tekst Pieter Verbeek Beeld Sander Ruijg

Van klimaatverandering en inclusiviteit tot de energietransitie. De vraagstukken van de samenleving vragen om een meer wendbare overheid. De top-down manier van werken is niet langer valide. Met het project Grip op Loslaten ging A&O fonds Gemeenten met tien gemeentelijke organisaties aan de slag om te experimenteren hoe het anders kan.

Anneke van Londen: ‘Het gaat niet alleen om meedénken, maar ook om meedóén’

‘Experimenteren
kan niet zonder
fouten maken’

‘Iedereen weet: er moet echt wat gebeuren,’ stelt projectleider Anneke van Londen. ‘Als overheid kun je de huidige vraagstukken in de samenleving niet meer alleen oplossen. Dat gaat alleen lukken in samenwerking met andere stakeholders, zoals inwoners en maatschappelijke organisaties. De rol van de overheid transformeert en ook gemeenten moeten meebewegen met alle maatschappelijke uitdagingen. Daarvoor is ander leiderschap nodig, met meer ruimte voor betrokkenen om hun talenten in te zetten.’

Persoonlijk leiderschap Maar hoe blijf je als gemeente wendbaar en benut je ieders talent? Daar ligt voor de huidige leidinggevenden een uitdaging. Hoe kun je loslaten en toch grip houden? Met het project Grip op Loslaten wil A&O fonds Gemeenten dan ook bij gemeenten een beweging versterken die persoonlijk leiderschap stimuleert. Van Londen legt uit: ‘Dit persoonlijk leiderschap is nodig om minder hiërarchisch te werken binnen de overheid. Het vraagt om ruimte geven door leidinggevenden, ruimte nemen door medewerkers en een gelijkwaardige samenwerking tussen ambtenaren en de samenleving. Het is juist nu van groot belang om de participatiesamenleving succesvol te maken. Als je binnen je organisatie gelijkwaardig werkt, heeft dat ook invloed op die uitstraling. Inwoners moeten het gevoel hebben dat ze ook daadwerkelijk mee kunnen doen.’ In 2018 ging het A&O fonds Gemeenten met Europese ESF-subsidie met het project van start. ‘We zijn begonnen met een denktank waarin we samen met meer dan 20 gemeentelijke organisaties en 38 leidinggevenden de aanpak hebben gedefinieerd. Daarna zijn we in gesprek gegaan met gemeenten. De interesse was groot, maar we konden maar met 10 gemeentelijke organisaties het experiment aangaan. In een intensief traject hebben we vervolgens leidinggevenden, maar ook beleidsadviseurs en -medewerkers, van dwars door de organisatie, getraind en begeleid om aan de slag te gaan met de nieuwe manier van werken: het Wij-Werken.’

Wij-Werken Bij Wij-Werken werk je met elkaar, niet voor elkaar. Je verkent het vraagstuk met alle betrokkenen. Je brengt in kaart hoe iedereen de situatie ziet en waarom zij er zo over denken. Van Londen: ‘Zo krijgt iedereen inzicht in elkaars perspectief. De uitkomsten worden gedeeld, samen ga je ideeën verbinden en met elkaar bepaal je een oplossingsrichting en werk je gezamenlijk tot een concreet plan. Zo ben je gezamenlijk eigenaar van het proces en van het resultaat. In het experiment gaat het niet alleen om meedénken, ook om meedóén.’ We hebben daarvoor veel expertise in de samenleving, gaat Van Londen verder. ‘We zijn gewend als gemeente een plan te bedenken, waarvan de inwoners dan iets mogen vinden. De kracht van dit experiment is dat de samenleving meedenkt; niet aan een plan van de gemeente, maar aan een eigen plan. Als ambtenaar moet je daarom die expertise ophalen uit de samenleving zonder plan, zonder oordeel, en zonder de expert te zijn, maar door alleen te luisteren en te faciliteren. Dan doen inwoners graag mee. Je ziet heel veel participatietrajecten mislukken omdat de overheid te veel de expert wil zijn.’

‘Het gaat niet alleen om meedénken, maar ook om meedóén’

Burgerinitiatieven Zo ging het team van gemeente Sittard-Geleen aan de slag om te kijken wat burgerinitiatieven, gemeente en andere betrokkenen kunnen doen om het succes en het effect van burgerinitiatieven te vergroten. Zestien ambtenaren deden mee, ook ambtenaren die normaal gesproken nooit in direct contact komen met inwoners. Om input zonder oordeel op te halen, organiseerde de gemeente focusgroepen. Dat bleek nogal confronterend voor het team, vertelt Van Londen. ‘De eerste avond kwam er heel veel oud zeer vanuit de inwoners naar boven. Dat was heel heftig, zeker voor de ambtenaren die normaal niet met inwoners te maken hebben. We hebben toen een pas op de plaats gemaakt met de trainers en begeleiders, en kwamen tot het inzicht dat inwoners meer begrip hebben wanneer je je als ambtenaar kwetsbaar opstelt. Met dit leertraject zijn we verder gegaan. Als je experimenteert, mag je je kwetsbaar opstellen. Dat je als ambtenaar het antwoord niet hebt, maar zelf ook lerende bent, daar is begrip en waardering voor.’ In Brielle deed ook het college van B&W mee aan het experiment, waarbij de nadruk lag op het thema arbeidsmigranten. Tijdens de workshop bleek duidelijk hoe dit een integraal vraagstuk is voor het hele college. Het college werd zo enthousiast dat ze in aanvulling op Grip op Loslaten een eigen traject zijn gestart met dezelfde uitgangspunten.

Cultuuromslag Maar hoe krijg je alle leidinggevenden en ambtenaren mee in de nieuwe manier van werken? Dat vergt nogal een cultuuromslag. Belangrijk is dat er commitment is van het hoger managementniveau, vertelt Van Londen. ‘De middenmanagers moeten worden gesteund door hun leidinggevenden. Experimenteren kan namelijk niet zonder fouten maken. Het kost natuurlijk tijd. Dan is het cruciaal dat daar commitment voor is.’ Een cultuuromslag is echt nodig, be-nadrukt ze nog maar eens. ‘Als je intern niet sleutelt aan je eigen cultuur, gaat het met de buitenwereld ook niet lukken. Als corona ons één ding heeft geleerd, is dat je dingen niet voor elkaar krijgt als je lineair blijft werken, zoals altijd. De toeslagenaffaire is daar een voorbeeld van. Daar was onvoldoende oog voor de menselijke kant.’ Inmiddels zijn negen van de tien gemeenten klaar met het experiment. Alleen de Veiligheidsregio Kennemerland rondt nog af. A&O fonds Gemeenten gaat nu de geleerde lessen in kaart brengen en eind van het jaar delen. Van Londen wil alvast zes tips meegeven. ‘Dat zijn: 1) betrek iedereen in- en extern die een bijdrage kan leveren; 2) onderzoek zonder plan en zonder oordeel; 3) laat de hiërarchie los, maar geef wel kaders mee; 4) blijf verder experimenteren en deel elkaars ervaringen; 5) geef elkaar ruimte voor eigenaarschap en persoonlijke groei, en 6) ontdek en benut elkaars talenten en energie. Dan kom je tot de beste oplossingen.’ ◼

Deel dit artikel