Banenafspraak

Inclusief werkgeverschap… je doet het met elkaar

Tekst Marc Notebomer Beeld Aad Goudappel en Hilbert Krane

Met de banenafspraak hebben kabinet en werkgevers afgesproken om zich extra in te spannen voor mensen met een arbeidsbeperking. In 2026 moeten er voor deze groep maar liefst 125.000 extra banen zijn gecreëerd ten opzichte van 1 januari 2013. Maar inclusief werkgeverschap vraagt meer, zeggen Tof Thissen, algemeen directeur van UWV WERKbedrijf, en Marc Allessie, directeur Ambtenaar en Organisatie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In een inclusieve organisatie mogen elk gevoel en elke opvatting er zijn, maar dat realiseer je niet met een project. Dat doe je met elkaar!

‘Inclusie kun je niet voor­­schrijven of afkondigen’

De banenafspraak is het gevolg van het sociaal akkoord van 2013 en werd in het leven geroepen als extra impuls voor een inclusieve arbeidsmarkt en als compensatie voor de sociale werkvoorziening die werd stopgezet. Zoals gezegd, is hij bedoeld om extra banen te realiseren voor mensen met een beperking. ‘Sinds de invoering ervan heeft de banenafspraak geleid tot een enorme bezinning bij bedrijven en organisaties,’ zegt Tof Thissen. ‘Niet alleen bij de rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties als UWV, maar ook bij gemeenten en in het bedrijfsleven houdt men zich bezig met de vraag: wat kunnen wij zelf doen? Dit geldt natuurlijk ook voor het bedrijfs­leven. Zij doen het goed. Dat is een compliment waard!’

Voorbeeld Werkgevers in het onderwijs en bij de overheid staan gezamenlijk aan de lat voor 25.000 werkplekken,’ vult Marc Allessie uit aan. ‘Voor de rijksoverheid alleen gaat het om ongeveer 5000 plekken.’ Net als bij het bedrijfsleven doet de rijksoverheid het volgens hem goed als het om de banenafspraak gaat, maar zal er zeker de komende tijd nog een schep bovenop moeten om de doelstellingen te realiseren. ‘In 2020 realiseerden we 61 procent.’ ‘Voor de overheid stijgt die jaardoelstelling sneller dan voor de markt,’ zegt Marjolijn Berend, landelijk adviseur banenafspraak & werkgevers­diensten bij UWV. ‘Het is de bedoeling dat ze haar einddoel 2 jaar eerder bereikt dan de markt, in 2024.’ Dat de overheid haast maakt, is logisch, aldus Thissen. ‘Want als overheid moet je het goede voorbeeld geven. De banenafspraak is een wettelijke verplichting. Het zou raar zijn als wij als overheid werkgevers aanspreken om hun doelstellingen te bereiken en zelf achterblijven. Je moet laten zien: wij doen het ook.’ Zelf heeft UWV zo’n 450 mensen uit het doelgroepregister (register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak, red.) in dienst. Thissen: ‘We weten dus uit ervaring welke implicaties het heeft voor de praktijk. Het is mooi om te zien dat collega’s samen het hulpmiddel of de ondersteuning kunnen zijn van degene die ondersteuning nodig heeft. Maar dat is niet zomaar gerealiseerd! Het vraagt om solidariteit en samenwerking van de medewerkers.’

Van links naar rechts: Marc Allessie, Jenna Hulzebos, Tof Thissen en Marjolijn Berend

Inclusie ‘Het gaat over inclusie en dat is een sociaal proces,’ zegt Allessie. ‘Het is niet iets dat je kunt afkondigen of voor­schrijven; het is een proces dat je met elkaar moet doormaken. Dat vergt inspanning van iedereen en vraagt zorgvuldigheid. Dat is overigens niet wezenlijk anders dan bij mensen die geen ondersteuning nodig hebben. Toen ik bij de directie Ambtenaar en Organisatie aan de slag ging, veranderden er ook zaken en moesten mijn collega’s aan mij wennen en ik aan hen. Dat heb je overal.’ ‘We moeten het echt samen doen,’ vult Thissen aan. ‘Overal kom je mensen met bepaalde mogelijk­heden en belemmeringen tegen. Ook in je privéleven. Soms blijkt een belemmering juist een kwaliteit te zijn.’

Met elkaar De komende jaren willen Thissen en Allessie meer aandacht voor het verduurzamen van de banenafspraak. Allessie: ‘We willen niet dat banen verdwijnen op het moment dat het budget verdwijnt. Er is nu geld voor deze grote opgave maar dat moet wel onderdeel worden - weliswaar geoor­merkt als dat behulpzaam is - van de jaarlijkse cyclus, de normale bedrijfs­voering. Een tweede aspect dat aandacht vraagt, is wat ik de culturele verduur­zaming noem. Hoe zorg je dat je organisatie inclusief wordt en blijft? Dat is een ingewikkeld, langdurig en doorlopend proces dat nooit is afgerond.’ ‘Het gaat om veel meer dan de mensen met een beperking die in het doelgroepregister staan,’ zegt Thissen. ‘Neem culturele diversiteit, gender­diversiteit of leeftijd. Wat dat betreft, hebben we nog flink wat te doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. In de ideale wereld mogen elk gevoel en elke opvatting of uiting er zijn. Maar dat realiseer je niet met een project. Dat doe je met elkaar. Daarvoor is nodig: nieuwsgierigheid en interesse in elkaar. En het vermogen om je oordeel uit te stellen, of helemaal geen oordeel of standpunt in te nemen. Dat is de kern.’

Verbinden ‘Een van de acties die de rijksoverheid onderneemt, zijn trainingen inclusief werven en selecteren, waarin je onder meer leert om je eigen bias te herkennen,’ vertelt Jenna Hulzebos, senior beleidsmedewerker Ambtenaar en Organisatie bij BZK. ‘Die draaien om de vraag: wat zijn de vooroordelen waar je je niet bewust van bent?’ ‘UWV is daar ook mee bezig,’ vult Thissen aan. ‘Bij ons komt de hele samenleving binnen. Het is belangrijk om in gesprek te gaan op een manier die verbindt in plaats van scheidt.’ ‘Veel mensen vinden het moeilijk om een inclusieve arbeidsorganisatie te rea­liseren,’ meent Allessie. ‘Dat snappen en herkennen we. Het is ook een kwestie van langere adem. Maar probeer het doel voor ogen te houden: een divers samen­gestelde overheid maakt beter beleid.’ Mochten er vragen zijn, dan kun je terecht bij het Landelijk Werkgevers­servicepunt van UWV. Thissen: ‘Daar zitten mensen die verstand hebben van inclusieve organisaties.’ ◼

‘Een diverse overheid maakt beter beleid’

Deel dit artikel