Tekst Gert Riphagen

Een van de lessen van de kinderopvangtoeslagen­affaire is het gebrek aan openheid door het kabinet. Geregeld werden documenten niet of slechts gebrekkig aan betrokken ouders en aan het parlement beschikbaar gesteld. Ook de media visten ondanks openbaarheidswetgeving geregeld achter het net. Het kabinet heeft mede naar aanleiding hiervan besloten tot een grotere openheid. Sinds 1 juli worden met alle wetsvoorstellen en regelingen die naar de Eerste en Tweede Kamer gaan ook de zogenoemde beslisnota’s - de ambtelijke adviezen die ten grondslag liggen aan de voorstellen - meegestuurd.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schreef de Tweede Kamer dat ze hiermee ‘een betekenisvolle start’ wil maken met een nieuwe werkwijze die moet leiden tot meer transparantie van de overheid en die tegelijkertijd betere controle door bijvoorbeeld parlement en media mogelijk moet maken. Wat zijn beslisnota’s? Dit zijn ambtelijke notities waarin ministers en staatssecretarissen worden geadviseerd voor een te nemen besluit over bijvoorbeeld een nieuwe wet of regeling. Deze notities werden voorheen nooit meegestuurd met de uiteindelijke voorstellen. Uiteindelijk is een bewindspersoon politiek verantwoordelijk voor een besluit, daarom doen ambtelijke adviezen er niet zoveel toe, was tot voor kort de gangbare opvatting in het kabinet. Ook kunnen ambtenaren in de beslotenheid vrijer adviseren, was de gedachte.

Dode letter Dat gaat nu dus veranderen. Met de openbaarmaking van beslisnota’s wil het kabinet meer inzicht geven in de afwegingen bij de besluitvorming. Welke alternatieven of opties zijn besproken voordat een bepaalde keuze is gemaakt? Waarom is de keuze gemaakt zoals in de Kamerbrief verwoord? Wat waren de afwegingen daarbij en de risico’s? Wat zijn de relevante feiten? Hierdoor wordt de informatie aan het parlement uitgebreider. Zo ontstaat ook een beter beeld hoe een beslissing tot stand is gekomen. De openbaarmakingsoperatie is onderdeel van het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding. Of de nieuwe openheid in de praktijk gaat werken, zal vooral afhangen van een ruimhartige toepassing van de regeling. Er gelden immers dertien uitzonderingsgronden: als departementen daar volop gebruik van gaan maken, dan wordt de regeling al snel een dode letter. Uitzonderingsgronden zijn bijvoorbeeld: veiligheid van de staat, vertrouwelijk verstrekte beleidsinformatie, internationale en diplomatieke belangen, lopende onderhandelingen en eenheid van kabinetsbeleid. Die laatste is ietwat wonderlijk, omdat inzicht in (uiteenlopende) opvattingen tussen departementen over bijvoorbeeld een wetsvoorstel interessant kan zijn voor de beoordeling ervan door derden. Denk maar aan de discussies tussen de ministeries van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de aanpak van de kinderopvangtoeslagen, waarbij de diepe verdeeldheid tussen de departementen pas achteraf in een parlementair onderzoek naar boven kwam in het verhoor van de betrokken ambtenaren. En het schrikbeeld van weggelakte pagina’s zit ook nog vers in ons geheugen.

Dringen bij koffiecorners Met het openbaar maken van de onderliggende ambtelijke adviezen spoelt ook een geheel nieuw type ambtelijk stuk aan op het strand van de openbaarheid. Dat kan nog wat worden. Uit eigen ervaring weet ik dat de teksten van formele nota’s aan het parlement meestal van a tot z worden gewikt en gewogen. Er wordt niet zelden naar de politiek wenselijke uitkomst toegeschreven. In beslisnota’s daarentegen worden veel vaker de voors en tegens op een rij gezet, wordt nadrukkelijk gewezen op risico’s en worden ook alternatieven geschetst. Dit is althans mijn ervaring in de bijna 15 jaar dat ik op departementen heb gewerkt en veel van die nota’s heb gezien. Het risico is aanwezig dat deze beslisnota’s voortaan politiek correcter worden geschreven: afwegingen worden niet meer breed uitgemeten, tegenstellingen verbloemd, alternatieven gemarginaliseerd. Dat is niet alleen nadelig voor de gewenste openbaarheid en ‘beter inzicht in het besluitvormingsproces’, zoals minister Ollongren het noemt, maar benadeelt ook de bewindspersoon die een zo goed mogelijk besluit moet nemen. Inmiddels zijn de eerste beslisnota’s te lezen op internet, maar het is nog te vroeg om te kunnen oordelen of de beoogde nieuwe openheid daadwerkelijk optreedt of dat er nieuwe schijnbewegingen komen. De toekomst zal moeten leren of de nieuwe aanpak inderdaad een succes gaat worden. Het kan ook zijn dat er meer telefonisch overlegd gaat worden. Zo hoorde ik van een van mijn contacten op een departement dat overleg over een bepaalde precaire kwestie recent vooral telefonisch had plaatsgevonden, mede om te voorkomen dat te veel zaken aan papier toevertrouwd moesten worden. Ook gesprekken bij de koffie of in de wandelgangen zullen een vlucht nemen. Het wordt dringen bij de departementale koffiecorners de komende tijd. ◼
Vergissen is (on)menselijk

Taal is een levend organisme en vormt zich mede naar wat mensen er soms spontaan aan toevoegen. Een trend die nooit ophoudt, is die van nieuwe woorden, de zogenoemde neologismen. Naast de spreektaal “op straat” zijn boeken en kranten van oudsher belangrijke leveranciers van neologismen. Tegenwoordig ontstaan veel nieuwe woorden in talkshows op radio en televisie of in de sociale media. Niet alle nieuwe woorden beklijven. Lees nu eens het Signalement van nieuwe woorden dat in 1975 onder redactie van Riemer Reinsma verscheen: een woordenboek van 2000 neologismen die in de 20 jaar daarvoor het licht hadden gezien. Zeker de helft van alleen al de zeven nieuwe woorden op het omslag (zie foto) zal de hedendaagse taalgebruiker onbekend voorkomen, vermoed ik zo. Reinsma schreef destijds in zijn inleiding dat de aangroei ‘niet steeds tot vreugde stemt’ maar dat nieuwe woorden wel degelijk hun nut hebben. Veel nieuwe woorden kwamen bovendien uit het Engels overwaaien, toen al, zoals: popart, deejay, dealen, checken, smog, remake. Mij treft als volger van het parlement de door Pistolen Paultje geïntroduceerde term lijpkikker voor geachte afgevaardigden in het parlement; zo’n term zou de Handelingen van het parlement destijds vast niet gehaald hebben… Mijn bijzondere belangstelling bij neologismen gaat uit naar een voorvoegsel bij een bestaand woord. Erg actueel is natuurlijk het klimaat en de woorden die uit de discussie hierover hun intrede hebben gedaan in onze taal. Het meest sprekend is natuurlijk het plagerige, of zo u wilt neerbuigende klimaatdrammer voor iemand die heel erg met het klimaat begaan is en actie wil om klimaatschade als gevolg van klimaatverandering tegen te gaan. Als tegenpool is er dan de klimaatscepticus, iemand die vindt dat het zo’n vaart niet loopt en twijfel heeft aan het klimaatalarmisme. Waar bovenstaande woorden nog een zekere voorspelbaarheid hebben, zijn er ook woorden die geheel uit het niets komen. Een daarvan is bijvoorbeeld de term vergismoord, om kort en krachtig aan te geven dat (kennelijk) de verkeerde persoon slachtoffer is geworden van een dodelijke aanslag. De term is inmiddels redelijk ingeburgerd. Maar daar blijft het niet bij. Zo las ik recent in de media over een 56-jarige man uit Hoofddorp die het slachtoffer bleek van een vergisontvoering; de criminelen hadden kennelijk de verkeerde man ontvoerd en de vergisontvoerde werd, zij het niet geheel ongedeerd, weer vrijgelaten door de vergisontvoerders. De politie heeft inmiddels wel een aantal verdachten van dit misdrijf aangehouden, hopelijk zijn het geen vergisverdachten…

Deel dit artikel