Tekst Gert Riphagen

Op NOS Teletekst las ik recentelijk dat de kledingindustrie vanaf 2023 verantwoordelijk wordt voor het inzamelen en recyclen van afgedankte kleding (zie kader). Nu gaan gemeenten daar nog over. Aangestoken door dit goede nieuws was ik benieuwd naar de brief van de verantwoordelijke staatssecretaris aan de Tweede Kamer. Een bewinds­persoon zal goed nieuws ook wel goed verwoorden, dacht ik. Dat viel tegen.

Staatssecretaris Van Veldhoven wil de kledingindustrie prikkelen om verspilling van textiel tegen te gaan en hergebruik te stimuleren. Op 20 mei 2021 schreef zij daarover een brief aan de Tweede Kamer. Zo concreet als het bericht van Teletekst was, zo omslachtig zijn veel formuleringen in de brief en zo technisch is het taalgebruik. Van Veldhoven neemt ook een lange aanloop om tot haar goede nieuws te komen. Pas aan het eind van de brief kom je er iets over te weten; kranten zouden failliet gaan, als zij hun nieuws zo goed zouden verstoppen.

Afdankfase De brief aan de Tweede Kamer is gebaseerd op de voortgangsrapportage Circulair textiel die de staatssecretaris in het kader van de circulariteit mede ten behoeve van de Europese textielstrategie heeft opgesteld. De brief leest door het overmatig gebruik van jargon (vaktaal) niet echt vlot. Afgedankt textiel heet post-consumerkatoen of post-consumermateriaal dat in de afvalfase of de afdankfase terechtkomt, nadat het eerst – dankzij u en mij – de aanschaf- en gebruiksfase heeft doorlopen. Snel afgedankte, modieuze kleding heet in dat jargon fast fashion. Volgens de staatssecretaris verdwijnt er nog te veel textiel in het gewone afval: het aandeel recyclaat moet omhoog om circulair textielbeleid in de textielketen tot stand te brengen. Met partijen uit de denim-keten zijn daar al afspraken over gemaakt; zodat u een spijkerbroek kunt kopen die is samengesteld uit stof die eerder om andere billen heeft gezeten.

‘Kranten gaan failliet als zij hun nieuws zo goed verstoppen’

Textielgeloofsbelijdenis De drie pagina’s tellende brief begint met de uitgebreide vermelding dat er de afgelopen tijd veel overlegd is tussen de verschillende partijen. Daarna vervolgt de staatssecretaris haar brief met bezweringen over hoe kansrijk het circulaire textielbeleid is; over kansloos beleid lees je overigens zelden in dit soort brieven. De textielgeloofsbelijdenis luidt: zowel onder consumenten als bedrijven zien we bewustzijn dat een nieuwe koers moet worden ingezet. Er is momentum om het tij te keren en het stijgende gebruik van land, water, energie en chemicaliënvoortgang, een groeiende afvalberg, milieuvervuiling en de slechte arbeidsomstandigheden veroorzaakt door textielproductie en -consumptie te verminderen. Het is alsof je Mozes tot de Israëlieten hoort spreken wanneer die na een zware tocht door de woestijn nu aan de rand van het Beloofde Land staan: het volk hoeft dit land van melk en honing alleen nog maar binnen te trekken… Toch zal dat, net als in de Bijbelse tijd, niet zonder slag of stoot gaan, zo waarschuwt de staatssecretaris. Want, hoewel alle partijen onverminderd doorzettingsvermogen hebben getoond [...] is er nog veel werk te doen en wordt er veel creativiteit en veerkracht gevergd. Erger nog: Er moet een nieuwe koers worden ingezet. En die nieuwe koers vergt aanvullende inspanningen. Bovenstaande algemeenheden vallen, verspreid over een tekst, niet zo op, maar achter elkaar opgesomd schuren zij toch aardig dicht tegen wensdenken aan.

50% De brief levert ook punten op in de ambtelijke bullshit-bingo, met termen als: governancestructuur, opschalen, het is belangrijk dat en een belangrijke mijlpaal. De laatste term levert als pleonasme dubbele punten op. Bij een pleonasme wordt een eigenschap in een woord of begrip dubbel uitgedrukt, bijvoorbeeld witte sneeuw. De textielbrief heeft ook moeite met percentages. In de ene alinea gaat het over 50% recycling en 50% duurzaam materiaal, in de volgende alinea staat 25 procent en 5 procent. Beide varianten zijn formeel goed, maar het is niet consistent om ze door elkaar heen te gebruiken. Alsof de teksten van deze alinea’s door afzonderlijke directies binnen het ministerie zijn aangeleverd en zo ook de eindstreep hebben gehaald. Maar hoe zit het nu met die verplichting voor de textielindustrie met betrekking tot het textielafval en dat ze daar binnenkort financieel voor moeten opdraaien? De staatssecretaris schrijft dat zij naar aanleiding van een motie uit de Tweede Kamer in samenspraak met de sector een eerste stap heeft gezet voor het invoeren van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel. Daarmee worden producenten ook verantwoordelijk gemaakt voor de afvalfase van de producten die zij op de markt brengen. Die zit. Het streven is de UPV in 2023 in werking te hebben. Die zit ook, hoewel dit al wat vager klinkt. Maar dan schrijft ze: Onderwerpen als specifieke uitzonderingen, tarifering, tariefdifferentiatie, het goed meenemen van e-commerce en de governancestructuur moeten nog worden uitgewerkt. Helemaal zeker is het dus nog allemaal niet.

Industrie moet kleding inzamelen.

De kledingindustrie wordt vanaf 2023 verantwoordelijk voor het inzamelen en recyclen van afgedankte kleding. De kosten daarvan zijn ook voor rekening van de sector, meldt staatssecretaris Van Veldhoven aan de Tweede Kamer. Nu zijn de gemeenten nog verantwoordelijk voor de inzameling. Maar Van Veldhoven denkt dat de producenten een financiële prikkel krijgen om betere kleding te maken, als ze verantwoordelijk worden voor de inzameling. Alle bedrijven moeten meewerken, ook de online winkels. De branche heeft een voorstel gemaakt voor inzameling en recycling. Dat wordt nog uitgewerkt.

(Teletekst, 20 mei 2021).

Opmerkelijk is overigens dat dit ogenschijnlijk goede nieuws pas op pagina 3 van de brief ter sprake komt. Veel brieven van bewindslieden aan het parlement kennen helaas een chronologische opbouw – er was eens, toen kwam er en zo komt het allemaal goed – en zijn niet opgebouwd naar het belang van de informatie. Zoals een journalist wel zou doen: beginnen met het nieuws en dan de uitwerking of onderbouwing. En zoals een lezer wellicht ook op prijs zou stellen. Gelukkig heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Kamerbrief op de website van rijksoverheid begeleid met een goed leesbaar en informatief nieuwsbericht. Dat nieuwsbericht was kennelijk ook de basis van het bericht op Teletekst; veel informatie zie ik erin terug. Echter, de combinatie van een begrijpelijk nieuwsbericht met een wat minder begrijpelijke brief zou eigenlijk niet mogen. Elk stuk dat de rijksoverheid publiceert zou in beginsel even begrijpelijk moeten zijn. De praktijk is helaas een andere. We kunnen daarom, om met de woorden van de staatssecretaris zelf te spreken 'met elkaar nog mooie stappen zetten'.

Deel dit artikel