Tijd-adel, praktijkmensen en sociale ongelijkheid

Burgerparticipatie ondermijnt democratie

Tekst Jelle van der Meulen Beeld Aad Goudappel

Burgerparticipatie is bedoeld om inwoners meer zeggenschap te geven en hen directer te betrekken bij de democratie. Maar in de huidige vorm zijn het vooral bevoorrechte inwoners die ervan profiteren. Hoe betrek je andere groepen bij het proces? ‘Participatie is een middel, geen doel op zichzelf. Je moet het niet enkel organiseren om burgers een lastig besluit te laten slikken.’

‘Niet iedereen heeft tijd voor een wekelijkse participatie­bijeenkomst’

Cocreatie, walk in-seminars, VR-applicaties: burgerparticipatie wordt steeds creatiever. Het bestaat allang niet meer uit een avondje kletsen in een stoffig klaslokaal of buurthuis. Maar ondanks al die creativiteit is het nog altijd niet duidelijk wat er precies gebeurt met participatie, constateert Michiel Stapper, die promoveerde op het onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam. Stapper vindt dat sommige huidige vormen van participatie de democratie ondermijnen en sociale ongelijkheid juist versterken.

Inclusieve publieke ruimte Bij inrichting van de publieke ruimte vindt vaak wel succesvolle participatie plaats en zijn afspraken relatief makkelijk gemaakt, aldus Stapper. ‘Buurtbewoners hebben vaak duidelijke ideeën over hoe zij willen dat de buurt eruitziet. Cultuur en architectuur zijn belangrijk voor mensen. Daarnaast heeft participatie in ruimtelijke-ordeningsvraagstukken grote voordelen voor mensen met een handicap. Hoe maak je een trottoir toegankelijk voor iemand die blind is, en hoe voor iemand die in een rolstoel zit? Als je die perspectieven meeneemt, krijg je een meer inclusieve publieke ruimte.’ Maar neem je een ander beleidsterrein, sociale woningbouw bijvoorbeeld, dan zie je dat het veel moeilijker is om als inwoner daadwerkelijk invloed uit te oefenen. ‘Gemeenten en ontwikkelaars leggen plannen rondom gebiedsontwikkeling voorafgaand aan het participatieproces vast in contracten,’ zegt Stapper. ‘Het zijn vervolgens enkel de bevoorrechte burgers die erin slagen de inhoud van die contracten te wijzigen. Wil het je lukken om in de media te komen, buurtbewoners te mobiliseren en politici te overtuigen, dan moet je vaak over het kapitaal beschikken dat alleen de bevoorrechte burgers hebben.’

Taal Dat kapitaal kan vrij subtiele vormen aannemen. In de eerste plaats is tijd een belangrijke factor. ‘In Hamburg hebben ze daar een mooi woord voor: tijd-adel,’ vertelt Stapper. ‘Mensen die deelnemen aan participatieprocessen hebben gewoonweg veel meer tijd beschikbaar dan anderen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen kan natuurlijk niet iedere week naar een participatiebijeenkomst komen.’ Een tweede factor is de taal die mensen bezigen. In zijn onderzoek maakt Stapper een onderscheid tussen zogeheten praktijk- en theoriemensen. De eerste groep vindt de ambtelijke taal vaak maar weinig concreet. Tegelijkertijd spreekt deze groep een taal die op haar beurt moeilijk begrepen wordt door ambtenaren, legt Stapper uit. ‘Zo was er in een participatiebijeenkomst een laaggeletterde dame die de wens uitsprak als buurt “een gemeenschap te zijn”. Zoiets vertaalt zich niet naar een bulletpoint en is lastig in een rapport te zetten, maar drukt wel een heel reële behoefte uit: dat iedereen deel uitmaakt van de buurt en dat mensen elkaar helpen. Een hoger opgeleide participant had juist de wens dat de maximale bouwhoogte achttien meter zou zijn. Dat is concreet en in principe makkelijk om te zetten in beleid.’

Michiel Stapper

is filosoof en socioloog. Sinds augustus 2020 is hij als universitair docent aan de Tilburg Law School verbonden.

Avondbuurt De oplossing om iedereen te betrekken bij het participatieproces is eenvoudig, maar daardoor niet minder effectief: luister echt naar mensen en ga intensief met ze in gesprek, zegt Stapper. In Amsterdam- Zuidoost had dat een positief effect: ‘Na wat gedoe rondom het participatieproces zaten uiteindelijk alle partijen rond de tafel. Buurtbewoners spraken toen uit dat zij een “avondbuurt” wilden zijn. In eerste instantie stuitte die term op onbegrip bij de gemeente, maar na een poosje gesproken te hebben bleek dat voor veel mensen in de wijk het leven zich afspeelt op straat, maar dat er geen voorzieningen zijn, zoals een avondwinkel. De gedachte daarachter is dat alcoholverkoop tot onrust zou leiden, maar het gevolg is dat mensen elkaar minder goed kunnen ontmoeten. Voer je dat gesprek, dan kom je nader tot elkaar en kun je een kreet die je aanvankelijk niet begrijpt omzetten in een concreet doel.’ ‘We mogen heus in onze handen knijpen met de overheid hier,’ vindt Stapper. ‘Er is veel enthousiasme en creativiteit bij ambtenaren, ook als het aankomt op burgerparticipatie. Enig punt van kritiek is dat we hier soms te oplossingsgericht zijn: er is een bepaald probleem, daarop past een zekere oplossing. Maar die oplossing is steeds dezelfde als je niet luistert naar bewoners, en dient uiteindelijk alleen de selecte groep die de middelen en mogelijkheden heeft zich gehoord te maken.’

Middel of doel De Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding onlangs werd uitgesteld naar 1 juli 2022, moet de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en burgers beter betrekken bij besluitvorming hieromtrent. ‘Dat laatste is inderdaad het gangbare discours, als gevolg van een succesvolle marketing,’ glimlacht Stapper. ‘Maar als je de wet zelf leest, staat er misschien drie keer het woord participatie in. Door de Omgevingswet moet je participatie meewegen, maar het is niet verplicht. Dan kan het hier goed uitpakken, maar op een andere plek totaal niet.’ Stapper ziet daarom wel wat in een nationale richtlijn participatie, die ook moet gelden voor de Omgevingswet. ‘Als je het participatieproces niet evalueert of monitort, geen voorwaarden opstelt waaraan het moet voldoen, dan is de kans groot dat bevoorrechte burgers profiteren, maar anderen opnieuw niet gehoord worden. Als je participatie alleen organiseert om burgers een lastig besluit te laten slikken, moet je het niet doen. We moeten veel meer nadenken: waarvoor is participatie een middel? Welk doel willen we ermee bereiken? Doe je dat niet, dan blijft burgerparticipatie de sociale ongelijkheid slechts vergroten, in plaats van bij te dragen aan de democratie.’ ◼

‘Er is veel creativiteit bij ambtenaren’

Deel dit artikel