Actieplan vol blinde vlekken

Mensenrechten voor iedereen?

Tekst Ivana Ivkovic Beeld Shutterstock

In Nederland hebben we mensenrechten lang als een soort exportproduct gezien. Als bloembollen of kaas, die grote populariteit in het buitenland genieten. Helaas blijken landen als Iran, Rusland, Turkije of China geen gretige afnemers van onze opvattingen. Bovendien is de vraag: hoe goed doen we het zelf, als het om mensenrechten gaat?

De aandacht voor mensenrechten in Nederland is de laatste jaren gegroeid, ook in overheidskringen. Zo beschrijft het Nationaal Actieplan Mensenrechten 2020 hoe het kabinet de mensenrechten in Nederland wil beschermen en bevorderen, wat daarbij de doelstellingen en prioriteiten zijn en welke rol andere organen, instellingen en burgers daarbij hebben. Op zichzelf is dat een uitstekende zaak; bescherming van mensenrechten kan altijd beter, zou je zeggen, en een Nationaal Actieplan Mensenrechten 2020 kan daar een belangrijke rol in spelen. ‘Kan’, zeg ik, want helaas worden met dit plan alle hete hangijzers vermeden. Dit plan biedt geen antwoorden op de vele dringende vragen rond mensenrechtenbescherming.

‘Ook hier worden niet iedereens grondrechten goed gewaarborgd’

Voor iedereen Laat ik beginnen met een van de meer principiële punten. Volgens filosoof Hannah Arendt (1906-1975) is het grote probleem van mensenrechten dat ze rechten zijn van diegenen die geen rechten hebben. Het zal u misschien verbazen, maar ook in Nederland zijn er individuen of groepen wier grondrechten niet zo goed zijn gewaarborgd, bijvoorbeeld omdat ze geen Nederlands staatsburger zijn. Juist voor die groepen zou je verwachten iets in het Actieplan terug te vinden. Bijvoorbeeld over gezondheidszorg en opvang voor illegalen, vreemdelingendetentie of terugkeerbeleid... zaken die in rapporten van organisaties als het College voor de Rechten van de Mens en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten als punten van zorg worden genoemd, als het om mensenrechtenschendingen in Nederland gaat. Juist op die terreinen ontstaan schrijnende situaties, zoals bij Yosef Tekeste-Yemane, die als tweejarige hierheen kwam toen zijn ouders uit Ethiopië vluchtten, en nu al 27 jaar in Nederland woont, maar nog steeds geen paspoort heeft. Zijn Yosefs mensenrechten niet in het geding? In het Actieplan staat ‘dat mensenrechten gelden voor iedereen’, met de toevoeging dat ‘daarbij past dat ook de bijbehorende voorzieningen toegankelijk zijn voor iedereen voor wie ze zijn bedoeld’. En grotendeels gaat het plan ook daarover: toegang tot voorzieningen die laagdrempelig, inclusief en effectief moet zijn. Dat is nadrukkelijk een keuze die gemaakt is, ‘in samenwerking met verschillende maatschappelijke organisaties’. Blijkbaar is er over die keuze overlegd en nagedacht. Het zou fijn zijn om dan in het plan ook iets van een verantwoording te lezen, aangezien dit een vrij fundamenteel punt raakt. Ik wil daarmee niet ontkennen dat toegang tot voorzieningen belangrijk is. Als je tussen wal en schip valt qua regelingen, als je de weg niet vindt naar de juiste instanties, of door een beperking wordt benadeeld, dan zijn je rechten effectief niet gewaarborgd. En het lijdt geen twijfel dat veel mensen daar negatieve gevolgen van ondervinden.

Daarom is het ook belangrijk dat inclusiviteit een van de kernthema’s is van het Actieplan. En toch, het hardnekkige principiële probleem dat ik eerder noemde steekt hier opnieuw zijn kop op, namelijk in de kloof tussen mensenrechten die voor iedereen gelden, en voorzieningen die er moeten zijn ‘voor iedereen voor wie ze zijn bedoeld’. Het plan voorziet bijvoorbeeld in de ondersteuning van mensen die niet digitaal vaardig zijn, zodat ze toch alle benodigde online-formulieren kunnen invullen. Het gaat hier dus om maatregelen die moeten voorkomen dat mensen effectief buiten de boot vallen.

Ivana Ivkovic

is filosoof en schrijft over politiek en maatschappij. Dat combineert ze met het geven van cursussen en publieksoptredens. Voor meer informatie, ga naar haar website: nowishfulthinking.nl.

‘Als je rechten hebt, ben je niet van gunsten afhankelijk’

Pijnlijk Maar ook daklozenproblematiek wordt beschouwd als een mensenrechtenkwestie, en dan staat er dit: ‘Met een wijziging van de Wet basisregistratie persoonsgegevens worden gemeenten gewezen op de plicht om mensen ambtshalve te registreren op een briefadres als ze geen woonadres hebben. Dit is voor dak- en thuislozen een voorwaarde voor toegang tot bepaalde voorzieningen’. Serieus? In een plan om rechten te beschermen van mensen die buiten de boot dreigen te vallen, dat nadruk legt op toegankelijkheid van voorzieningen, onder het kopje inclusiviteit nota bene, wordt de toegang tot voorzieningen gekoppeld aan personenregistratie? Bij daklozen? Gaat er dan niet ergens een alarmbelletje rinkelen? Ik vind dat ronduit pijnlijk. Zo’n plan is toch geen vehikel om de uitvoering van de Wet basisregistratie persoonsgegevens te helpen, maar om mensen te beschermen tegen de mogelijke nadelige gevolgen ervan. Bovendien: met die koppeling aan registratie wordt een nieuwe groep gecreëerd die buiten de boot valt, wat precies het omgekeerde is van inclusie.

Het tweede kernthema van het Actieplan is de integrale aanpak van complexe problematiek, een aanpak die afstand wil doen van systeemdenken. Mensen moeten geen radertjes in de machine worden, verschillende diensten moeten samenwerken, tijdig problemen signaleren en adequate begeleiding bieden. Denk aan schuldhulpverlening of jongerenbegeleiding. Dat klinkt heel mooi, maar de praktijk is weerbarstiger. Zo’n integrale aanpak is tegenwoordig altijd verbonden aan nauwkeurige monitoring en data-analyse en roept legio vragen op rond het verzamelen, bewaren en delen van data, inzicht in die data en mogelijke discriminatie die ontstaat door het opzetten van risicoprofielen, en op al die onderwerpen moeten op zijn minst goede waarborgen worden gegeven, wil dit plan effectief mensenrechten beschermen. Anders zou de uitkomst helaas averechts kunnen zijn. Maar dit plan biedt helemaal niets van dergelijke waarborgen, en geeft zelfs geen blijk van erkenning dat deze aspecten van mensenrechten tegelijkertijd zouden moeten worden beschermd. Dat het Centraal Justitieel Incassobureau de mogelijkheden onderzoekt van het tijdig signaleren van schulden met behulp van data-analyse – zoals in het plan staat – is om die reden in mijn ogen eerder een punt van zorg, dan een stap naar effectieve mensenrechtenbescherming. Hetzelfde geldt voor jongerenproblematiek. De groeiende drang naar monitoring kan kwetsbare ouders en gezinnen onder een vergrootglas leggen en uitmonden in een jacht op zogenoemde risicogezinnen. Dat is geen denkbeeldig scenario, want een systeem ingevoerd in Schotland, Getting it right for every child (GIRFEC), kwam onder vuur te liggen om precies deze redenen.

Ook in Nederland hebben zich soortgelijke problemen voorgedaan. Na de toeslagenaffaire, en nadat de rechter antifraudesysteem SyRI had verboden, zou je denken dat uitleg over de risico’s van profileren en monitoren niet meer nodig is, schreef filosoof en columnist Maxim Februari onlangs in NRC. Maar nee: in december heeft de Tweede Kamer vrij onopgemerkt een nieuwe datawet goedgekeurd, de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Ondanks kritiek van Februari en ook D66-Kamerlid Kees Verhoeven, lijkt de blinde vlek voor die risico’s niet minder te zijn geworden. Misschien toch een aandachtspuntje voor de volgende versie van het Actieplan.

Minder kwetsbaar Tot slot focust het Actieplan op participatie en toegang tot recht. Dit onderdeel legt de meeste nadruk op empowerment: mensen moeten in staat worden gesteld om op te komen voor hun rechten. Dat is een heel belangrijk aspect van mensenrechten; ze zijn bedoeld om mensen in staat te stellen om aanspraak te maken op gelijkheid, politieke inspraak, onderwijs, sociale voorzieningen, etcetera. Als je rechten hebt, ben je namelijk niet overgeleverd aan gunsten, genade of liefdadigheid. De bedoeling is om kwetsbare individuen en groepen minder kwetsbaar te maken, hoe ingewikkeld de praktische uitvoering daarvan soms ook is. Dat uitgangspunt onderschrijf ik ten volle, maar ik denk ook dat het nodig is om een aanpak gebaseerd op mensenrechten te combineren met andere benaderingen, en niet louter als een mensenrechtenkwestie te beschouwen.

Mensenrechten stellen de relatie tussen de publieke instituties en individuen centraal. Maar wat een individu uiteindelijk machtig maakt is breder dan de relatie tot instituties alleen. Het gaat ook om opbouwen van macht binnen een kwetsbare groep, om ontwikkeling van eigen vermogens en capaciteiten. Bij zaken als discriminatie gaat het ook om een verandering van maatschappelijke percepties of een visie op goed werkgeverschap of opdrachtgeverschap. Het gaat, kortom, niet alleen om individuele oplossingen. Natuurlijk is het belangrijk om de mensenrechten van probleemjongeren, daklozen, analfabeten, armen of welke kwetsbare groep te beschermen, als we maar niet vergeten dat hun individuele problemen ook samenhangen met een bredere sociaal-economische problematiek en daarom nooit louter als een mensenrechtenkwestie kunnen worden opgelost. ◼

Deel dit artikel