Val van kabinet, deel 1

Minister Wiebes was de enige die consequenties trok door direct af te treden. Beeld EZK

En daar ging de premier op zijn fiets naar het paleis om het ontslag van zijn derde kabinet aan te bieden, vanwege de fouten die zijn tweede kabinet had gemaakt. Over niet al te lange tijd zal hij, kwiek en monter als immer, vrijwel zeker weer richting paleis kunnen voor de beëdiging en bordesfoto van zijn vierde kabinet. Of het besluit om op te stappen werkelijk zo eendrachtig is genomen als naar buiten is gekomen, zullen we later nog wel horen. Duidelijk is dat er geen andere mogelijkheid meer was, nadat PvdA-lijsttrekker Asscher zich had teruggetrokken. Het zou wel erg pijnlijk zijn als een oppositieleider wel de consequenties uit de gemaakte fouten trekt en de bewindslieden dat vervolgens niet doen. Echt consequenties getrokken heeft verder alleen minister Wiebes door onmiddellijk terug te treden.

Het is na de val van het tweede kabinet-Kok in 2002 voor de tweede keer dat een kabinet voortijdig aan zijn einde komt als gevolg van fouten die een kabinetsperiode eerder zijn gemaakt. Toen was de aanleiding het rapport-Srebrenica, dit keer het rapport over de toeslagenaffaire. Het ontslag heeft daardoor een hoog symbolisch gehalte. Dat kan ook moeilijk anders, al was de zogenoemde koninklijke weg zowel toen als nu dat het kabinet pas was afgetreden nadat de Kamer over de rapporten had gedebatteerd en een oordeel had geveld. Verder is het business as usual, conform de aloude uitspraak: het land mot toch geregeerd worden.

Val van kabinet, deel 2

Lubbers II viel over de marginale kwestie van het reiskostenforfait. Beeld CCO 1.0

Zo bijzonder of ingrijpend is het voortijdig opstappen van een kabinet dan ook niet. Van de 29 kabinetten sinds 1945 (inclusief interim- of overgangskabinetten als Beel II, Zijlstra, etcetera) zijn er maar acht die, soms struikelend door tussentijdse crises, de eindstreep hebben gehaald (Beel I, Drees III, De Quay, De Jong, Van Agt I, Lubbers I en III, Kok I, Rutte II). Vaak bestaat het idee dat kabinetten tegenwoordig steeds vaker struikelen, maar dat blijkt niet uit de cijfers. Zo waren er in de periode 1918-1940 tien kabinetten, waarvan er maar drie de eindstreep haalden (Ruys de Beerenbrouck I en II, De Geer I). De gemiddelde levensduur van een kabinet was toen zelfs nog korter dan na de oorlog: 2,2 jaar, terwijl dat sinds 1945 ruim 2,5 jaar is. En wie 29 kabinetten in driekwart eeuw veel vindt: Italië versleet er in dezelfde periode een stuk of tachtig.

Als je achteraf terugkijkt, zijn de redenen waarom de boel klapt soms nauwelijks nog te begrijpen. Wie kan zich nu nog voorstellen dat een kabinet uiteenvalt over de brandende kwestie of er – kort samengevat – reclame op radio en tv moet komen? Toch was dat het geschilpunt waarom in 1965 het kabinet-Marijnen de handdoek in de ring gooide. Het begrip reiskostenforfait is meer in het geheugen blijven hangen, al ging het daarbij eigenlijk ook om een nogal marginale kwestie (concreet: verhoging van de brandstof­accijns samen met aftopping van het reiskostenforfait in het woon-werkverkeer boven de 10 kilometer) die in 1989 het einde betekende van het tweede kabinet-Lubbers. Spanningen tussen de coalitiepartners vormden de achtergrond van de val.

Het COA heeft 7 jaar lang dagelijks persoonlijke gegevens van alle asielzoekers onrechtmatig gedeeld met het Nationaal Vreemdelingen Informatieknooppunt. Beeld Shutterstock

Eindejaars­opruiming

Het is een soort eindejaars­opruiming: als een kabinet demissionair is, komen er dingen en dingetjes aan het licht die voor een missionair kabinet best lastig zouden kunnen zijn. Zo berichtte NRC Handelsblad half januari over een (toen nog) conceptbrief van minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Broekers-Knol voor Migratie waaruit bleek dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) 7 jaar lang dagelijks persoonlijke gegevens van alle asielzoekers onrechtmatig heeft gedeeld met het Nationaal Vreemdelingen Informatieknooppunt (NVIK) van de politie. Dat betekende ‘een onevenredige impact op hun recht op persoonlijke levenssfeer en het gelijkheidsbeginsel’, aldus de opstellers van een rapport hierover. De asielzoekers tekenden op verzoek van COA-medewerkers na hun aankomst een verklaring waarin stond dat hun gegevens gedeeld konden worden met de politie.

De krant meldde daarover dat ze alleen de optie “ja” konden aankruisen. Bovendien moesten de asielzoekers het toestemmingsformulier tekenen voordat ze rechtsbijstand konden krijgen. Deze praktijk is inmiddels stopgezet, omdat ‘de evenredigheid van de verwerking bij NVIK van de dagelijkse bezettingsgegevens van het COA onvoldoende vast is komen te staan’, aldus de bewindslieden. Informatie-uitwisseling over individuele asielzoekers (bij overlast of vermoedens van mensensmokkel) blijft wel mogelijk. Vluchtelingenwerk ziet in de gang van zaken een vorm van stigmatisering en criminalisering. Dat hebben we vaker gehoord, het kabinet is er zelfs over afgetreden. Als je een beetje wantrouwend van aard bent, zou je zomaar kunnen denken dat er systeem in zit.

Transparanter werken

Minister-president Rutte heeft een doctrine naar zich vernoemd gekregen, maar eigenlijk is dat te veel eer. Beeld Arenda Oomen

In de marge van het vertrek van het kabinet kondigde de premier aan dat er voortaan meer openheid komt bij de informatievoorziening aan de Kamer. Een mooie belofte, een soort nieuwjaars­voornemen haast, maar de reacties zijn vooral meesmuilend en hebben een hoog “eerst zien, dan geloven-gehalte”. Niet zo gek, de commissie-Van Dam constateerde immers in haar rapport dat de informatie­voorziening vaak werd ingegeven door ‘gewenste juridische of politieke uitkomsten’.

En in de berg aan stukken die de Kamerleden kort voor het debat over de toeslagenaffaire kregen, bevond zich een document waaruit bleek dat ambtenaren gesprekstrainingen hadden gekregen om bij hun verschijnen voor de commissie-Van Dam de kwestie zo goed mogelijk te kunnen presenteren. De gesloten­heid heeft ineens de benaming Rutte-doctrine gekregen. Dat is te veel eer, want de gang van zaken berust op het al veel langer bestaande artikel 11 in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob): persoonlijke beleids­opvattingen in documenten bestemd voor intern beraad hoeven in principe niet te worden verstrekt. Het is de vraag of de Wet open overheid (Woo) die mogelijk de Wob gaat vervangen verbe­tering brengt. Die bepaling staat immers in essentie ook in de Woo (artikel 5.2), met slechts de beperking dat dit niet geldt voor ‘feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleids­alternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter’. Het is wachten op proce­dures waarbij de rechter mag bepalen wat overwegend objectief is. Opvattingen waar inmiddels een hele generatie ambtenaren mee is opgegroeid, draai je niet zomaar terug of in een andere richting. Niet voor niets is hierover inmiddels het woord mentaliteits­verandering gevallen. Zodra je dat hoort, weet je dat het een kwestie van lange adem is.

Aardbevings­ellende

Door alle aandacht voor de toeslagen­affaire is het Groningse aardbevings­dossier uit de berichtgeving verdwenen. Maar het idee dat het met de schade­compensatie en het herstel van beschadigde panden na alle beloftes en geharrewar eindelijk goed loopt is een misvatting. Dat blijkt uit een onderzoek van Gronings Perspectief, een samenwerkings­verband tussen de Groningse universiteit, de GGD Groningen en het Sociaal Planbureau Groningen. 33 Professionals die zijn geïnterviewd beschrijven belangenverschillen, onduidelijkheid over verantwoordelijk­heden en gebrek aan regie tussen de betrokken instanties. Bureaucratisch toezicht en voortdurend veranderende regels zijn een groot obstakel.

‘Er worden veel verschillende expertises samengebracht, maar die botsen en gaan nogal eens voorbij aan de behoeften van bewoners en aan ingewikkelde situaties die in de praktijk voorkomen.’

Niet alles is negatief. De inzet en motivatie van de betrokkenen oogst over en weer lof. Men weet elkaar over het algemeen goed te vinden, constateren de onderzoekers. Maar als dat niet of onvoldoende resultaat voor de getroffen bewoners oplevert, heb je daar niet zoveel aan. ‘We signaleren dat het veel professionals over de schoenen loopt: de voortgang is zeer gering en de belasting zeer groot.’ De onderzoekers trekken geen harde conclusie, maar stellen een vraag: is het systeem zodanig georganiseerd dat professionals in staat zijn de gestelde doelen te realiseren?’

Deel dit artikel