VISIE | KRACHT VAN DE UITVOERING

Tekst Luc van Koppen Beeld Shutterstock

‘Als ambtenaar heb je meer impact dan je denkt’

Christa Klijn na drie jaar programma Werk aan Uitvoering

Hoe krijg je een betere publieke dienstverlening terwijl wetten steeds complexer worden en er eerder meer dan minder regels komen? Christa Klijn weet er alles van. Ze was afgelopen drie jaar programma-directeur-generaal (PDG) van het programma Werk aan Uitvoering. ‘We zitten in een verkeerde spiraal.’

‘Het knelpunt zit vooral tussen organisaties’

Aan analyses en rapporten geen gebrek: de werkwijze van de overheid staat al lange tijd ter discussie. Er is een diepgewortelde wens naar minder regels, naar betere en simpeler dienstverlening, begrijpelijk voor de mensen om wie het gaat, burgers en ondernemers. Er zijn verschillende pogingen gedaan. Zo werd er in 2003 het programma Andere Overheid gestart onder leiding van Thom de Graaf, minister van Bestuurlijke Vernieuwing. En in 2007 was er het programma Vernieuwing Rijksdienst onder leiding van secretaris-generaal Roel Bekker. Er zijn vele rapporten geschreven, ook door de Tweede Kamer, zoals het rapport Klem tussen balie en beleid (2021). En er was natuurlijk de parlementaire enquête naar aanleiding van het Toeslagenschandaal. Ondanks alle analyses, rapporten en daadwerkelijke ingrepen blijkt de praktijk uiterst weerbarstig.

Gemengde gevoelens Dat constateert ook Christa Klijn nadat ze drie jaar het overheidsbrede programma Werk aan Uitvoering onder de paraplu van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft geleid. Het programma gaat nu na vijf jaar verder onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), met staatssecretaris Slagvaardige Overheid Eric van der Burg als politiek verantwoordelijke. Met welk gevoel nam Klijn afscheid van het programma? ‘Met gemengde gevoelens. Ik ben trots op de stappen die we hebben gezet. Maar ik had verwacht dat we meer concrete resultaten hadden kunnen boeken die zichtbaar en merkbaar zijn voor mensen. Bijvoorbeeld op het gebied van gegevensdeling en vereenvoudiging. Ik had gehoopt dat de samenleving meer van ons had gemerkt. Dat vraagt meer tijd. We hebben vooral geïnvesteerd in de randvoorwaarden om tot die resultaten te komen.’ Waar liep ze tegenaan? ‘Het knelpunt zit vooral tussen organisaties. Tussen beleid en uitvoerings­organisaties, tussen gemeenten en dienstverlening. De belangen zijn anders, ze spreken een andere taal, ze kunnen zo langs elkaar heen praten. Voor de één is een regel op papier het eindresultaat, voor de ander heeft dit enorme consequenties. Daarnaast mist een infrastructuur om te veranderen bij de overheid. In het bedrijfsleven is verandering vanzelfsprekend. Bij de overheid niet; we zijn er eerder op gericht om anderen te veranderen, maar niet onszelf. Daardoor is er geen systeem van doel, monitoren en bijstellen. Er is bijvoorbeeld een overheidsbreed Beleidskompas dat daarvoor de basis biedt. Dit is eigenlijk ons “handboek-soldaat”. Maar slechts 20 tot 30 procent van de ambtenaren is daarvan op de hoogte. Het staat op papier maar dat is niet genoeg. Het moet onderdeel worden van je werk en er moet op worden gestuurd. Dat gebeurt te weinig. Het zit gewoon niet in ons DNA.’

‘Ondanks de lange lijst van resultaten moet er iets fundamenteels veranderen’

Geen regie Het gevolg is dat regelgeving vaak enorm ingewikkeld is, ook doordat er tal van uitzonderingen zijn als gevolg van politieke compromissen. Klijn: ‘Sommige mensen hebben met meer dan vijftig regelingen te maken. Dan kunnen de mensen aan de balies het soms zelf ook niet meer uitleggen. We veranderen een detail en overzien dan de consequenties niet meer voor bijvoorbeeld het inkomen van iemand. We verliezen de regie over ons eigen systeem. We zitten in de verkeerde spiraal.’ Ze is wel degelijk blij met de resultaten die wel zijn geboekt. Ze somt een aantal voorbeelden op. Zo is er nu een overheidsbreed dienstverleningsoverleg opgezet tussen het ministerie van BZK, uitvoeringsorganisaties en gemeenten, met een gezamenlijke agenda en prioriteiten. Ook is een uitvoeringstoets in de maak voor amendementen, zodat er snel een beeld is of zo’n amendement dat vaak last minute in de politieke arena wordt bedacht, in de praktijk wel goed uitvoerbaar is. En er loopt een proef met de Tweede Kamer­commissies om technische briefings anders op te zetten. Minder vraag-antwoord en meer in cocreatie, gezamenlijk kijken naar oplossingen. Inmiddels ligt de eerste vereenvoudigingswet voor ter internet­consultatie. Ondanks de lange lijst van resultaten en een stijgend bewustzijn, vindt ze dat er iets fundamenteler moet veranderen. ‘In mijn optiek zou het de normaalste zaak van de wereld moeten zijn dat we binnen de overheid bij alles wat we doen steeds vanuit verschillende perspectieven kijken naar een oplossing voor een vraagstuk: niet alleen vanuit politiek en beleid, maar ook vanuit de uitvoering, vanuit de samenleving en vanuit politiek en beleid. Het zou zo ingesleten moeten zijn dat – wanneer we dit een keer vergeten – iemand meteen zegt: stop, zo werkt het niet!’ Zou ze terugkijkend, en met de kennis van nu, gekozen hebben voor een andere aanpak als programma-DG? Klijn: ‘Dat denk ik wel. Een programma-DG is niet de eigenaar van de verandering. Ik ben er wel zo ingestapt. Dat had ik niet moeten doen. Het is van de verschillende organisaties zelf. Ik kan helpen, spiegelen, praktische ondersteuning bieden, maar de verandering is niet van mij. Ik ben daarom heel blij met de overgang van het programma naar BZK en de verbinding met Slagvaardige Overheid. Het gedachtegoed wordt nu van de lijn zelf. Heel belangrijk dat het binnen de ambtelijke top wordt belegd. Fijn dat we de politieke wind nu mee hebben, maar de beweging moet ook doorgaan als er een ander kabinet zit. Het is van ons, van de ambtenaren zelf.’

Oproep Ze doet een oproep aan overheidsprofessionals. ‘Iedere ambtenaar weet wel waar de schoen wringt. Als er beleid wordt gemaakt zonder dat er contact is geweest met de uitvoering of met de samenleving, dan weet je dat. Stel dit ter discussie.’ Ze besluit: ‘Stap uit het vaste patroon. Daar is best moed voor nodig, maar er moet echt wel iets gebeuren. Ik ben ervan overtuigd dat we anders vastlopen in de uitvoering en dienstverlening. En je hebt meer impact dan je denkt.’

Christa Klijn Christa Klijn was de afgelopen drie jaar PDG Werk aan Uitvoering. Op 15 april nam ze afscheid van het programma en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deel dit artikel