VERDIEPEN
Tekst Simon Trommel Beeld Shutterstock
Betere regels beginnen in de regio
Beleid moet op de tekentafel al beter
Betere regels beginnen in de regio
Beleid moet op de tekentafel al beter
De Europese Commissie wil betere regels die gemakkelijker zijn te begrijpen en bovendien simpeler uitvoerbaar en naleefbaar zijn. Want een misfit tussen Brussels bedacht beleid en lokale uitvoering komt vaak voor.
‘We behandelen gemeenten als uitvoerders’
Europese regelgeving moet de komende jaren beter worden, ook voor lokale en regionale overheden. Dat vraagt om betere consultaties, assessments voor het mkb, overheden en concurrentie, een sterkere rol voor het Comité van de Regio’s als subsidiariteitsfilter, meer ondersteuning bij implementatie en het principe dat voor elke nieuwe regel een oude wordt geschrapt. Catharina Rinzema, voormalig VVD-Europarlementariër en tegenwoordig adviseur bij bureau voor communicatie, public affairs en lobby Castro EU, onderstreept de noodzaak daarvan: ‘Europa landt altijd lokaal, maar wordt daar zelden ontworpen.’
Inbreukprocedures Voor het niet naleven van Europese afspraken wordt vaak gekeken naar het aantal inbreukprocedures tegen lidstaten. Het aantal keren dat Nederland voor het Europees Hof wordt gedaagd omdat ons land afspraken die het zelf in Brussel maakt slecht naleeft, valt mee. Dat gebeurt doorgaans maar één of twee keer per jaar. Tegelijkertijd lopen er op dit moment ruim 61 zaken waarin Nederland is aangesproken op het niet, te laat of gebrekkig invoeren van bijvoorbeeld Europese richtlijnen. Nederland is daarmee een middenmoter, constateerde de Algemene Rekenkamer in 2023. Maar achter die cijfers gaat een bredere kwestie schuil. Slechte regels en gebrekkige implementatie veroorzaken ook hoofdbrekens op lokaal en regionaal niveau, ook al zijn gemeenten en provincies zelf geen partij in die procedures. Rinzema: ´We behandelen gemeenten als uitvoerders, terwijl ze in werkelijkheid medevormgevers van Europees beleid zouden moeten zijn.´
Beleidsfricties Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle (D66/Renew), het enige Nederlandse lid van de commissie regionale zaken in het Europees Parlement, ziet dat ook. Op haar kantoor in Brussel noemt ze verschillende voorbeelden. Allereerst is er de Europese begroting. Lidstaten krijgen een grote stem in de vraag waar de regiomiljarden straks landen. Daarnaast zorgen regels rond veiligheid en grensoverschrijdende samenwerking in de praktijk voor frictie. Burgemeesters kunnen veiligheidsinformatie niet altijd eenvoudig delen met buitenlandse collega’s. Als iemand aan de Nederlandse kant van de grens is gepakt met een illegale vuurwerkopslag en vervolgens aan de andere kant van de grens een schuur huurt, mag een Nederlandse burgemeester dat niet zomaar doorgeven, zegt García Hermida-van der Walle, die ook het Europese vuurwerkdossier doet. Ook in dat vuurwerkdossier botsen regels en werkelijkheid. Wat in Italië legaal geproduceerd wordt, moet hier niet vanzelfsprekend op de markt kunnen komen. Kortom: de Europese Unie is ook een Unie van beleidsfricties.
Capaciteit en cultuur De Berlijnse hoogleraar Tanja Börzel wijst voor zulke fricties, of misfits, op oorzaken als bestuurscapaciteit en machtsverhoudingen. De Oostenrijkse professor Gerda Falkner kijkt juist vooral naar culturele verklaringen: de mores rond de rechtsstaat en Europese integratie. Falkner onderscheidt landen die EU-regels trouw naleven, landen waar naleving politiek wordt gewogen, zoals Nederland, en landen waar implementatie structureel achterblijft. De Europese Commissie probeert deze tradities samen te brengen in de nieuwe Better Regulation-agenda. In de lijn van Börzel wil Brussel administratieve lasten verlagen. Tegelijk probeert de Commissie regionale verschillen beter te begrijpen, onder meer via territorial impact assessments.
Territoriale impact Die territorial impact assessments ziet Arthur van Dijk, commissaris van de Koning in Noord-Holland en leider van de Nederlandse delegatie in het Comité van de Regio’s, het Europese adviesorgaan voor lokale en regionale autoriteiten, zeker zitten. ´Nieuw Europees beleid vraagt om stevige en goede territorial impact assessments: een evaluatiemethode die zichtbaar maakt wat de ruimtelijke en regionale gevolgen zijn van EU-beleid en wetgeving. Het laat duidelijk zien hoe voorgestelde maatregelen ongelijk (kunnen) uitpakken voor verschillende gebieden (regio’s, steden) en ondersteunt beleidsmakers bij het maken van ruimtelijk coherente keuzes. Want wie geen oog heeft voor regionale verschillen, maakt beleid dat op papier eerlijk lijkt, maar in de praktijk ongelijk uitpakt. Sterker Europees beleid begint dus niet in Brussel, maar bij de toets of het ook werkt in Haarlem, Heerhugowaard of Hilversum´, zegt Van Dijk.
‘Juist omdat Europese regels ingewikkeld zijn, is ondersteuning belangrijk’
‘Europees beleid klinkt vaak logisch op papier, maar strandt te vaak in de praktijk’
Ook hulp bij implementatie Tegelijk is er in Nederland al veel ondersteuning voor ambtenaren die worstelen met Europese regels. Nederland maakt soms gebruik van gold plating: het toevoegen van eigen prioriteiten bij de implementatie van Europese regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan extra kleine Natura 2000-gebieden of strengere regels binnen die gebieden. Juist omdat Europese regels in de praktijk ingewikkeld kunnen uitpakken, is ondersteuning bij implementatie belangrijk. Van Dijk: ´Daarom is het Kenniscentrum Europa Decentraal, opgericht in 2002, zo waardevol. Via de helpdesk, de fondsenwijzer en de nieuwsbrief De Europese Ster worden decentrale overheden ondersteund bij vragen over Europese regels, beleid en subsidiemogelijkheden. In een tijd waarin Europese invloed op lokaal bestuur alleen maar groter wordt, is goede ontsluiting van kennis geen luxe, maar noodzaak.´ Het kenniscentrum krijgt via de helpdesk circa 500 vragen per jaar, vooral over aanbesteden en staatssteun.
Meekijken op de tekentafel Nederlandse gemeenten en provincies proberen ook eerder in het Europese beleidsproces betrokken te zijn: aan de voorkant, wanneer beleid nog op de tekentafel ligt. Dat gebeurt bijvoorbeeld via adviezen en opinies die in het Europees Comité van de Regio’s worden gemaakt. Die adviezen gaan over uiteenlopende onderwerpen: de Europese begroting, geluidsoverlast, landbouw en ruraal beleid, maar ook woningbouw. Zo proberen lokale en regionale overheden hun uitvoeringspraktijk in te brengen voordat Europese regels definitief worden.
Juichen voor betere regels Van Dijk juicht betere regels toe. ´Europees beleid klinkt vaak logisch op papier, maar strandt te vaak in de praktijk. Juist daarom is het Europees Comité van de Regio’s zo belangrijk: als één van de twee officiële adviesorganen van de Europese Unie toetsen we voorstellen van de Europese Commissie op hun uitvoerbaarheid voor gemeenten, provincies en regio’s. Want beleid dat lokaal of regionaal niet werkt, werkt uiteindelijk nergens. Met onze adviezen brengen we de regionale en lokale praktijk rechtstreeks naar de Europese besluitvorming. Als de Europese Unie (dus lidstaten, Europees parlement en Europese Commissie-ST) die signalen serieus overneemt, wordt wet- en regelgeving niet alleen beter, maar ook uitvoerbaarder voor de overheden die er dagelijks mee aan de slag moeten.´ Betere Europese regels ontstaan dus niet alleen in Brussel. Ze beginnen bij de vraag of beleid ook werkt in de gemeente, provincie en regio waar het uiteindelijk moet landen.
Deel dit artikel