Integriteit

‘Integriteit betekent heel zijn’

Het leven is een massapsychose. Je hebt zelfbedrog nodig om het ongeschonden door te komen. Veel welgestelden leven in de collectieve waan dat het leven mooi is, de mens goed en dat je tenslotte niet iedereen kunt redden. ‘Systemen zijn wat ze zijn en met z’n allen maken we er het beste van.’ Door de tijden heen doemen er steeds nieuwe van dit soort denkbeelden op. Eén daarvan is de werk-privébalans. Bij een gezonde werk-privébalans, is het adagium, laat je werk op het werk en bij gevolg jezelf thuis. Het is een rollenspel: thuis ben je een privépersoon, op het werk een professional. Nu ben ik geen arboarts, organisatiepsycholoog of vitaliteitscoach, maar volgens mij gaat hier iets mis. Is het wel gezond, die fragmentatie van je identiteit? Ik denk aan collega’s die hun religieuze of culturele identiteit thuislaten omdat ze geleerd hebben deze te verbergen. Collega’s die niet vertellen dat het beleid dat zij maken eigenlijk ook over hun vroegere of huidige zelf gaat. Collega’s die rondlopen met geldzorgen, mantelzorgtaken of gezondheidsproblemen. Kun je je als beleidsmedewerker wel loskoppelen van je dossiers, als die zich, zodra je de Haagse kantoren verlaat, onoverkomelijk weer aan je opdringen? In mijn geval vrij letterlijk: de dakloze mensen liggen tot aan de deur van de ministeriële fietsenstalling te slapen. Is die cognitieve dissonantie niet juist ongezond? Ik leg mijn hypothese voor aan Myrthe Krepel, artist-in-residence bij het team Ambtelijk Vakmanschap van het ministerie van BZK. We spreken elkaar over haar onderzoek naar contact maken op de werkvloer, met name tussen medewerkers op verschillende lagen in het ambtelijk apparaat. ‘Ik laat mijn werk nooit op het werk,’ vertel ik haar, ‘en ik begin er niet eens aan om mezelf niet mee naar het werk te nemen. Dan word ik ziek.’ ‘Jij benadert je werk eigenlijk als een creatieve maker,’ peinst ze. ‘Artistiek werken is belichaamd werken; je kunt niet maken zonder jezelf, en anderen als het om hen gaat, volledig mee te nemen.’ In het weekend lees ik The will to change van bell hooks. Volgens haar is integriteit de integratie met het zelf. De huidige maatschappij, stelt hooks, vraagt ons te compartimenteren: onszelf in delen op te knippen, onze identiteit te fragmenteren. En bij gevolg zijn we niet langer heel, niet geïntegreerd met onszelf. hooks citeert Harold Kushner: ‘Integriteit betekent heel, ongebroken en onverdeeld zijn. Het beschrijft iemand die de verschillende delen van diens persoonlijkheid heeft verenigd, zodat er geen splitsing meer is van de ziel.’ Het proces van integratie doet pijn. Het is de kunst om in de werkelijke werkelijkheid, een zonder oogkleppen, een staat van integriteit te bereiken. Dat vergt actief geloven in het goede, wetende dat het verdorvene bestaat. Het vergt wezenlijk contact maken en gesprekken aangaan. Met jezelf en met anderen. Ruimte maken voor de hele mens, de hele collega, de hele persoon over wie je beleid gaat. Jezelf mee naar het werk nemen en je werk mee naar huis.

Amber-Helena Reisig is Ambtenaar van het Jaar 2025 en schrijft op persoonlijke titel een column over haar belevenissen. Ze is werkzaam als senior beleidsmedewerker op dakloosheid en beschermd wonen bij het ministerie van VWS

Deel dit artikel