VERNIEUWEN
Tekst Jelle van der Meulen Beeld Hilbert Krane
Gouden
Kooi
Systeemwereld of leefwereld?
Gouden
Kooi
Systeemwereld of leefwereld?
De toekomst van het openbaar bestuur draait niet om papieren legitimiteit, maar om publieke relevantie: een herwaardering van wie er meedoet en wat we als waardevol beschouwen. Dat vraagt om ruimte voor andere perspectieven, praktische intelligentie en moreel bewustzijn – kwaliteiten die zelden op papier zichtbaar zijn, maar wel bepalend zijn voor rechtvaardig beleid. Aldus vuilnisman Quin Blokzijl.
Quin Blokzijl
‘Een inclusievere cultuur kan leiden tot een beter en menselijker beleid’
Toen bleek dat het cv van beoogd staatssecretaris van Financiën Nathalie van Berkel (D66) een aantal onjuistheden bevatte, wilde Quin Blokzijl eigenlijk onmiddellijk reageren. Dat deed hij niet, omdat hij eerste wilde wachten op haar eigen reactie, maar hij volgde het nieuws op de voet. De kwestie is namelijk ‘precies hetzelfde issue’ als waar hij zich nu een aantal jaar over uitspreekt in het publieke debat: de ‘diplomacultuur en fixatie op papiertjes’. Blokzijl spreekt uit ervaring. Als mbo’er liep hij stage bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en later het Europees Parlement. Een noviteit, in beide gevallen. Blokzijl kwam in Brussel via een speciale stageplek voor mbo’ers, waarmee hij de eerste mbo’er in het Europees Parlement werd. Buitenlandse Zaken biedt alleen stages aan voor studenten die een hbo-opleiding volgen, dus schreef hij zich daarvoor in, met als enige doel de stage bij het ministerie. Dat lukte, waarop hij zich weer uitschreef bij de opleiding. Blokzijl glimlacht: ‘Ik wilde heel graag een keer bij de overheid werken, maar voor nagenoeg elke stage moest je wo of hbo volgen. Dus was dit een creatieve oplossing.’
Dure diploma’s Zowel in Brussel als in Den Haag viel Blokzijl een aantal dingen op, die volgens hem het nodige zeggen over de cultuur binnen bestuurlijke organisaties. ‘Het is vaak een bepaald type mens dat werkt op plekken als het Europees Parlement en het ministerie van BZ. Dure diploma’s, een of twee masteropleidingen, vaak wat meer geld. Dat was voor mij wel een cultuurshock, al was ik het meest verbaasd wanneer ik anderen vroeg over het mbo; dat kenden sommigen niet eens.’ Door alleen academisch geschoolde studenten toe te laten, lopen bestuurlijke organisaties ‘heel veel mis’, denkt Blokzijl. Hij verwijst naar het bekende boek Diplomademocratie van Mark Bovens en Anchrit Wille, de bestuurlijke bestseller waarvan eind vorig jaar een nieuwe versie verscheen. De term duidt op een land waarin mensen met de hoogste diploma’s de belangrijke keuzes maken. In hun nieuwe boek laten Bovens en Wille zien dat de afstand tussen academisch en praktisch geschoolde mensen groter is geworden de afgelopen jaren. Blokzijl zag in de praktijk hoe dat er in de ambtelijke organisatie uitziet. ‘De conclusie van hun boek is dat de diplomademocratie leidt tot scheve beleidsagenda’s. Neem klimaatbeleid: daarin wordt geen rekening gehouden met het feit dat de auto voor sommige mensen het enige vervoersmiddel is, dat je niet zomaar van iedereen kunt vragen met de fiets of het openbaar vervoer te gaan. Dat is een blinde vlek.’ De opleidingskloof kwam in Brussel ook explicieter tot uiting, vertelt Blokzijl. ‘Toen ik daar kwam, is me wel gevraagd wie me had binnengelaten en of ik soms van de catering was.’ Tijdens zijn stage voor Buitenlandse Zaken hield Blokzijl zich vooral bezig met ontwikkelingshulp. ‘Over vaccinaties in Afrikaanse landen, bijvoorbeeld. Dat soort vraagstukken te bekijken vanuit een meer welgestelde positie, heeft ongetwijfeld invloed op je beleidskeuzes.’ Het illustreert hoe een inclusievere cultuur kan leiden tot beter en menselijker beleid, aldus Blokzijl. ‘Als mbo’er kende ik misschien niet alle bestuurskundige begrippen, maar daar is ook Google voor, of AI. Keuzes hebben vaak een moreel gehalte, het is belangrijker dat je als ambtenaar goed in staat bent morele afwegingen te maken. Ik vond sommige medestagiairs echt wereldvreemd op dat gebied, dat lijkt me voor je buitenlandbeleid geen goede zaak.’
‘In Den Haag en Brussel vond ik het contact met collega’s vaak statisch’
Vuilnisman Toen hij terugkwam uit Brussel, besloot Blokzijl het roer om te gooien. Een kantoorbaan bracht hem weinig voldoening, dus vroeg hij aan ChatGPT welke banen het minst leken op wat hij tot nu toe had gedaan. Het antwoord: bouwvakker of vuilnisman. ‘Vuilnisman, dat leek me wel een goed idee. Ik kon gelijk starten en het bleek hartstikke leuk. Je gaat met zo’n wagen heel de provincie door. Terwijl de zon opkomt en nog niemand wakker is, gaan wij de wijken in, dat is echt mooi. En het opruimen van afval geeft gewoon heel veel voldoening.’ Blokzijl koppelt zijn ervaringen op de vuilniswagen aan zijn ervaringen in het openbaar bestuur (ook het onderwerp van het boek dat hij aan het schrijven is). ‘Doordat het vlak na elkaar lag, kon ik het goed met elkaar vergelijken. In Den Haag en Brussel vond ik het contact met collega’s vaak statisch, ongemakkelijk en abstract, ook in de pauze. Op de vuilniswagen werden gelijk grapjes gemaakt, voelden anderen hoe ik in mijn vel zat; emotioneel gelijk heel erg intelligent.’ Daarin schuilen heldere lessen voor de ambtelijke organisatie en ambtenaar van de toekomst, meent Blokzijl, in het bijzonder op het gebied van werving en selectie. ‘Nu wordt er vaak geselecteerd op een papiertje of ervaring, maar het zou goed zijn buiten de gebaande paden te treden. Hoe zit iemand in elkaar? Is diegene vriendelijk, sociaal, kan hij goed met mensen omgaan? Dat is veel relevanter dan om te weten welke staatsvorm Bulgarije heeft. Als je dat moet weten, kun je dat altijd nog googelen.’ ◼
Deel dit artikel