VERDIEPEN

Tekst Simon Trommel Beeld ANP Foto

Democratie en onvrede

Als de bus verdwijnt, verdwijnt de staat

Democratie en onvrede

Als de bus verdwijnt, verdwijnt de staat

Onze democratie is steeds meer een emocracy: een politiek systeem waarin emoties burgers mobiliseren. In haar nieuwe boek De Symfonie van onvrede laat Catherine de Vries zien hoe het verdwijnen van publieke voorzieningen en een afstandelijke overheid die emoties voeden. Radicale partijen spinnen daar politiek garen bij, zegt de hoogleraar politicologie aan de IE University in Madrid. ‘Democratie kan niet alleen draaien op efficiëntie en cijfers. Ze draait ook op erkenning, nabijheid en het gevoel dat de staat er voor je is.’

‘Het ontbreekt in Europa aan een nabije overheid’

Ze onderzocht in haar nieuwe boek, dat 12 maart verscheen, hoe onvrede door overheidsbeleid ontstaat. Kern van haar betoog: de overheid moet mensen waardigheid en erkenning geven. Iedere keer als er een huisarts verdwijnt uit een dorp of een buslijn, verdwijnt de staat uit een dorp, zegt zij. Op de Excelsheet mag de bus wellicht inefficiënt zijn maar in het dorp wordt bekeken voor wie en waarom de bus nodig is. En dat heeft ook electorale gevolgen. Ze haalt Duits onderzoek aan waaruit blijkt dat het politieke vertrouwen in buurten van een treinstation hoger is dan verder uit de buurt van een treinstation. Uit haar eigen onderzoek bleek dat mensen in het Verenigd Koninkrijk in buurten waar de huisarts sloot, meer sympathie voor radicaal-rechts ontstond terwijl dat eerder niet zo was.

Beleid verschraalt De overheid moet op een andere manier naar haar burgers kijken. In het boek onderzoekt ze hoe onvrede ontstaat in Italië, Frankrijk, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk en hoe dat kiezers radicaliseert en in de armen van radicale partijen drijft. Overal is haar conclusie hetzelfde: het ontbreekt in Europa aan een nabije overheid. New Public Management werkt verschraling in de hand, juist vanwege de nadruk op efficiëntie, cijfermatige grootheden en budget. Verschraling van publieke voorzieningen is er daardoor volop, ziet De Vries, het zijn vijf soorten. Ten eerste bezuinigingen, waardoor de bibliotheek sluit of de buslijn verdwijnt. De tweede is meer afstand, de middelbare school die sluit waardoor mensen naar een centrumgemeente moeten. Ten derde staat kwaliteit onder druk zoals kortere consulten bij de huisarts. De vierde is meer drempels zoals toenemende lange wachtrijen aan het loket – als dat er al is – of ingewikkelde digitale formulieren. En als laatste minder aandacht zoals een cliënt die geholpen wordt door een casemanager, terwijl een praatje bij het loket niet meer kan.

Verward en verweesd De Vries stelt dat door het sturen op kwantitatieve maatstaven uit excelsheetjes, zoals uitsluitend geld en efficiëntie, de kwalitatieve maatstaven worden vergeten. En de burger blijft vervolgens verward en verweesd achter. Dat geeft voeding aan radicalere denkbeelden die radicale partijen graag politiseren. Radicale partijen – in Nederland vooral radicaal-rechts – maken gebruik van het gevoel van moreel onrecht en vernedering en wijten het aan de migrant of aan de EU door het wij-zijgevoel op te blazen. Als er dan geld aan iets anders wordt uitgegeven – niet aan de bus in Hengelo maar wel aan de bus naar Ter Apel bijvoorbeeld – is het voor radicale partijen dus erg makkelijk het af te wentelen op de migrant of op Brussel en het wij-zijgevoel te versterken. Met de hulp van sociale media en traditionele media nemen middenpartijen dat over met als gevolg dat het vooral over het wij-zij gevoel gaat en niet meer over het tekort aan woningen, druk op de zorg of onderwijs. De Vries onderzoekt hoe politieke partijen die onvrede gebruiken voor eigen gewin maar de problemen waar de burgers mee kampen, laten liggen.

‘New Public Management werkt verschraling in de hand’

Terug naar de menselijke maat We moeten als overheid dus anders naar de burger kijken, meent De Vries. ‘De menselijke maat is ook een publieke waarde. In plaats daarvan is de burger gefrustreerd door de toeslagenaffaire, de wooncrisis, de stikstofcrisis, de gaswinning in Groningen.’ De burger heeft volgens haar behoefte aan een overheid waar makkelijk contact mee is te krijgen. Ook moet de burger te maken hebben met duidelijke regels, of het nu gaat om een toeslag aanvragen of een indicatiestelling voor een verzorgingshuis. En verder moet de burger serieus worden genomen. Ook moet de overheid lokaal aanwezig zijn. Gemeenten en mensen in de wijk kunnen problemen sneller herkennen en staan dichter bij de burger. Als de burger doorheeft dat de overheid er is om hen te helpen, kan volgens De Vries het vertrouwen terugkomen. Eerder en ook nu noemt De Vries de democratie een emocracy, politieke mobilisatie via emoties. Populistische politiek maakt daarvan gebruik door onvrede van burgers te benadrukken, door elites verantwoordelijk te maken en door simpele oplossingen te presenteren. De ontevredenheid heeft verschillende oorzaken. Economische onzekerheid is er een, regionale ongelijkheid een ander. Verder noemt ze de verschraling van publieke diensten, bureaucratische procedures en gebrek aan erkenning. De overheid zou daar aan moeten werken door een minder technocratische politiek. Ook zou de politiek realistische beloftes moeten doen. Betere publieke diensten en een respectvolle politieke cultuur maken het af. Volgens De Vries is er een brede maatschappelijke discussie nodig voor een nieuw sociaal contract. Pieter Omtzigt heeft weliswaar geprobeerd een nieuw sociaal contract politiek te introduceren. Dat werd door de kiezer gewaardeerd, maar daarna in Den Haag snel afgeserveerd. De Vries vindt vernieuwing met focus op de beleving van de burger nodig en dan moet het niet gaan om marketingproefballonnetjes. Die beleving is breder dan alleen maar geld waarop nu veel wordt gestuurd. ‘Maar als dit zo doorgaat, dan vragen mensen zich af: waarom heb ik die staat nog nodig in een tijd waarin meer en meer mensen in Europa denken dat een dictatuur geeneens zo’n slechte regeervorm is? Omdat ze niet meer weten op welke partij ze zouden moeten stemmen om het gevoel te krijgen om gehoord te worden.’ ◼

Voor meer informatie klik hier

Catherine de Vries is hoogleraar politicologie en vicedecaan aan de School of Politics, Economics & Global Affairs van IE University in Madrid. Daarnaast is zij honorair hoogleraar aan Queen’s University Belfast en lid van de Duitse Academie van Wetenschappen Leopoldina. In haar onderzoek richt zij zich op Europese politiek, populisme, politieke polarisatie en de rol van publieke voorzieningen in democratieën.

Catherine de Vries is hoogleraar politicologie en vicedecaan aan de School of Politics, Economics & Global Affairs van IE University in Madrid. Daarnaast is zij honorair hoogleraar aan Queen’s University Belfast en lid van de Duitse Academie van Wetenschappen Leopoldina. In haar onderzoek richt zij zich op Europese politiek, populisme, politieke polarisatie en de rol van publieke voorzieningen in democratieën.

Deel dit artikel