‘Klimaataanpak
die bij ons past’

Aan het Klimaatakkoord werken we met z’n allen via onze talloze polderorganisaties. Zo doen we dat in Nederland. Dat levert een klimaataanpak op die zo goed mogelijk aansluit op wat bij Nederland past. En die op tijd een bijdrage levert aan het beperken van de klimaatverandering.

In juli van dit jaar presenteerde Ed Nijpels het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, een stap die volgde op het vorig jaar gesloten regeerakkoord. Hij deed dat na een eerste ronde van gesprekken aan vijf sectortafels tussen tientallen organisaties die zo’n beetje heel Nederland vertegenwoordigen.

Na die eerste ronde heb ik in september in een Kamerbrief opgeschreven wat de agenda voor de tweede ronde van onderhandelingen moet zijn. Op dit moment is die ronde in volle gang. De vijf tafels van die gesprekken gaan over de sectoren gebouwde omgeving (woningen, kantoren), mobiliteit, industrie, elektriciteit en landbouw/natuur.


Groen licht

Ik vind het heel belangrijk dat alle sectoren van de samenleving hun doelstellingen in het verminderen van broeikasgassen halen. Zij moeten dus plannen indienen waarmee ze aannemelijk maken dat ze hun uitstoot van broeikasgassen met het afgesproken aantal megatonnen gaan verminderen. Ik heb er – namens het kabinet – ook op gehamerd dat de overstap op duurzame energie betaalbaar moet zijn voor burgers. Dat is vooral een opdracht aan de tafel die bezig is met onze woningen en kantoren. Die tafel buigt zich over de hoogte van de energiebelasting (en daarmee over de prijs die burgers moeten betalen) en over de alternatieven voor aardgas om onze huizen te verwarmen. De Consumentenbond, de vakbeweging, de Woonbond en de Vereniging Eigen Huis praten mee, daarmee zijn de gewone Nederlanders ook vertegenwoordigd.

Het toekomstige Klimaatakkoord zal ook het groene licht van de Tweede Kamer moeten krijgen. Er is geen twijfel mogelijk dat Kamerleden – net als het kabinet – de betaalbaarheid heel goed gaan bewaken, al kan de politiek het nooit iedere individuele burger precies naar de zin maken.


Leefomgeving

Nederlanders krijgen niet alleen te maken met de huishoudkosten van de overstap op duurzame energie. De transitie gaat ook over hun leefomgeving. Dat is zo georganiseerd dat het niet in de ministeries wordt bedacht. Hier spelen de gemeenten de hoofdrol, de overheid die het dichtst bij de burgers staat.

De gemeenten weten hoe hun stad, dorp en regio in elkaar steken en waar duurzame warmte vandaan kan komen. Voor elke wijk en elk dorp maken de gemeenten plannen. De woningcorporaties zullen daar een grote rol in spelen want zij zijn eigenaren van miljoenen woningen in de sociale sector. De gemeenten en corporaties gaan de inwoners van de wijken hier natuurlijk tijdig bij betrekken. Misschien zijn er alternatieven mogelijk, waarover de burgers hun mening kunnen geven. Ook hier geldt, dat een gemeente niet voor elke afzonderlijke woning een ander aanbod kan doen. Meestal zal per wijk gekozen moeten worden tussen aardwarmte, warmtepompen, biogas of waterstof. De keuze zal sterk bepaald worden door de Regionale Energiestrategieën (RES) die in het hele land worden opgesteld door provincies, gemeenten, energiebedrijven en andere partijen.


‘De transitie gaat
ook over de
leefomgeving’

Landschap

Mensen zullen in hun omgeving gaan zien dat we elektriciteit en warmte op een andere manier opwekken. Misschien moeten er putten worden geslagen voor aardwarmte. Dan verrijzen er gebouwtjes waarin die installaties staan. Er komen nieuwe hoogspanningsleidingen door het land om alle elektriciteit te vervoeren. Er worden waterstoffabrieken gebouwd en er zullen nog meer windmolens en zonneparken verschijnen. De duurzame energie moet érgens vandaan komen. De Elektriciteitstafel heeft voorgesteld om mensen of organisaties in een regio mee te laten investeren in duurzame energie. Daarna kunnen die investeerders ook gaan meedelen in de winst. Dat is een prima gedachte om mensen bij wind- en zonne-energie te betrekken.

Ons landschap krijgt dus hier en daar nieuwe contouren. Daar staat tegenover dat de grote energiecentrales met hun enorme koeltorens en schoorstenen uit het landschap gaan verdwijnen. Bovendien zullen er veranderingen zijn, die je niet meteen ziet, maar die wel ons leven veranderen en verbeteren. Doordat we elektrisch gaan autorijden, wordt de lucht schoner en het verkeer stiller. Doordat we elektrisch gaan koken, wordt het veiliger in de keuken. En de energietransitie betekent vooral: wij doen wat we hebben beloofd om de temperatuur op aarde niet te veel te laten stijgen.


Alle belangen gehoord

Het Klimaatakkoord wordt – bij wijze van spreken – een akkoord van en voor alle Nederlanders. We werken er met z’n allen aan via onze talloze polderorganisaties. Die laten de stem horen van burgers in hun verschillende rollen als consumenten, automobilisten, huiseigenaren of natuurminnaars. En ze verwoorden de belangen van ondernemers als energiegebruikers, producenten of exporteurs. Iedereen is erbij betrokken en alle belangen worden gehoord en zitten aan tafel. Zo doen we dat in Nederland. Het resultaat zal een klimaataanpak zijn die zo goed mogelijk aansluit op wat bij Nederland past en waarmee we op tijd onze bijdrage leveren aan het beperken van de klimaatverandering.


Eric Wiebes,

minister van Economische Zaken en Klimaat

Deel dit artikel