‘Het werk is al lang begonnen’

Tafel-DG’s over de transitie

Tekst Maurits van den Toorn

Beeld Aad Goudappel

Als het Klimaatakkoord er ligt, begint het echte werk pas, zegt voorzitter van de Elektriciteitstafel Kees Vendrik in het vorige artikel. Dan moeten immers de afspraken worden waargemaakt en begint de uitvoering, een proces van jaren. ‘Op de ministeries is het werk al lang begonnen, de afgelopen maanden zijn al een heel intensieve periode geweest voor de ‘tafel-DG’s,’ vertelt Mark Frequin, directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en een van de tafel-DG’s. ‘De meest betrokken DG’s hebben bijna dagelijks intensief overleg met elkaar gevoerd. Dat heeft de eendracht tussen de betrokken ministeries sterk bevorderd.’


Sandor Gaastra
‘Nadat de afspraken zijn gemaakt, komt nu de uitwerking aan de orde’

Zowel Vendrik als Frequin hebben gelijk, vindt Sandor Gaastra, directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging bij het ministerie van EZK, het beleidscoördinerende departement op dit terrein. De minister van EZK is verantwoordelijk voor het klimaatbeleid over de volle breedte en daarnaast heeft EZK als vakdepartement de sectortafels Elektriciteit en Industrie onder zijn hoede. ‘Nadat de afspraken zijn gemaakt, komt nu de uitwerking aan de orde. Dat gaat al doorschemeren. Zo is de afspraak dat er per jaar 200.000 bestaande woningen moeten worden verduurzaamd, onder meer door ze gasvrij te maken. Er lopen pilots in 27 gemeenten om uit te vinden wat de beste aanpak is. We zijn nu bezig de best practices te ontdekken die een industriële aanpak mogelijk maken die we overal kunnen uitrollen.’

Hij noemt als tweede voorbeeld de duurzame opwek van energie, die grotendeels op zee gaat plaatsvinden. ‘Dat kunstje kennen we al, maar het moet worden opgeschaald. De procedures voor de aanwijzing van additionele gebieden voor wind op zee zijn al begonnen, we voeren al overleg met partijen als de visserijsector en defensie. Er zijn dus op verschillende terreinen al uitvoeringsstappen genomen, maar er zijn ook nog witte vlekken. Hoe ga je de transitie bijvoorbeeld in de industrie doen? Hoe pak je het per industriecluster aan? Voor Chemelot zijn er wellicht andere oplossingen mogelijk dan voor Rijnmond.’

Bij Infrastructuur en Waterstaat spelen zich vergelijkbare processen af. Frequin: ‘We zitten nu weer aan tafel om op basis van de kabinetsreactie een aantal opties uit te werken. Van de totale CO2-uitstoot komt 20 procent voor rekening van de mobiliteit, en daarvan komt 80 procent van auto’s. In het regeerakkoord is besloten dat in 2030 alle nieuwe auto’s elektrisch moeten zijn. Wij kijken wat dat betekent voor de kosten en de baten en voor de normen die moeten worden gehanteerd. Daarin werken wij samen met Financiën.’

Veel van de maatregelen zullen door bedrijven worden genomen, de overheid is er vooral om voorwaarden te realiseren. Er zijn op veel terreinen al werkafspraken over wie wat gaat doen. Frequin schetst hoe de taakverdeling ligt: ‘Alle partijen willen bijvoorbeeld het fietsverkeer stimuleren, meer woon-werkverkeer op de fiets. Het is aan werkgevers om een ander gebruik van de leaseauto te stimuleren, om ervoor te zorgen dat mensen meer met de trein of met de fiets naar het werk reizen. De overheid krijgt de vraag of de fiets van de zaak aantrekkelijker kan worden gemaakt door de fiscale regelingen daarvoor te vereenvoudigen en door te investeren in infrastructuur.’


Mark Frequin
‘De overheid is er vooral om voorwaarden te realiseren’

Rob van Brouwershaven
‘Straks is de plantaardige sector ongelooflijk trots dat ze tot de wereldtop behoort’

Richting bevestigd

De eerste gedachte is dat het Klimaatakkoord en alle maatregelen die daaruit voortvloeien de ministeries veel extra werk gaan bezorgen, maar je kunt het akkoord ook zien als een kans om dingen die van belang zijn verder te implementeren, vindt Rob van Brouwershaven, directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit bij het ministerie van LNV en in die hoedanigheid coördinerend directeur voor alle klimaatonderwerpen bij het ministerie. ‘Minister Schouten heeft in haar toekomstvisie gekozen voor kringlooplandbouw. Het klimaatbeleid versterkt het beleid dat op die doelstelling is gericht, het is een mooie mogelijkheid om de landbouw klaar te maken voor de toekomst. De richting die we al waren ingeslagen wordt door het Klimaatakkoord bevestigd.’

Een voorbeeld daarvan is het streven om meer CO2 vast te houden in de bodem, onder meer door de bodem meer met rust te laten. ‘CO2-reductie is een belangrijk doel in het Klimaatakkoord, maar het biedt ook de mogelijkheid om na te denken over de ontwikkeling van bijvoorbeeld de akkerbouw in Nederland. Dat sluit aan op de bodembrief van minister Schouten. Voor de kringlooplandbouw gaan we naar aanleiding van de visie alle wet- en regelgeving na waarin dat wordt ontmoedigd, we roepen ook bedrijven op om dergelijke regels te melden. Dat kun je voor het klimaatbeleid ook doen; als het bijvoorbeeld gaat om het vasthouden van CO2 in de bodem is er rond het mestbeleid nog wel wat te verbeteren, daar zijn we al mee bezig.’

Nog een voorbeeld is de aangekondigde sanering van de varkenshouderij, waarvoor het kabinet al geld heeft uitgetrokken, los van het Klimaatakkoord. Van Brouwershaven: ‘En in de glastuinbouw zijn we al tien jaar bezig met de energieneutrale kas. Het is beleid dat voor ons niet nieuw is, we gaan er een tandje bijzetten. Straks is de plantaardige sector ongelooflijk trots dat ze tot de wereldtop behoort wat betreft energiebesparing. Het Klimaatakkoord verandert daardoor van een kostenpost in een verdienmodel. Het begin kost geld, maar als ‘beginstoot’ kunnen we de onrendabele top van investeringen subsidiëren.’


Goed uitleggen

De tafel-DG’s benadrukken elk het enorme belang van burgerparticipatie bij de komende transitie. Gaastra: ‘Heel belangrijk, want zonder draagvlak gaat dit niet lukken. Dat draagvlak willen we deels creëren door goed uitleggen, er komt een grote publiekscampagne. Maar het gaat er ook om de mensen handelingsperspectief te geven, wat kunnen burgers zelf doen aan bijvoorbeeld energiebesparing. En bij grote veranderingen, zoals de duurzame opwek op land, worden de burgers zoveel mogelijk ‘aan de voorkant’ betrokken. Dertig regio’s gaan zelf kijken wat ze kunnen doen aan decentrale opwek, het wordt niet centraal opgelegd. Dat zal niet alle weerstand wegnemen, maar het neemt wel zoveel mogelijk van die weerstand weg.’

‘Het is vooral een kwestie van informeren, voorwaarden scheppen en soms met regels dingen opleggen. Burgerparticipatie gaat door alle domeinen heen,’ stelt Frequin. Bij mobiliteit gaat het vooral om het stimuleren van anders reizen. ‘We moeten het voordeel daarvan uitleggen, aan de mensen duidelijk maken wat ze eraan hebben. En uitleggen waarom het nodig is. Het is een combinatie van uitleggen, vertellen, voorlichten, ook via bijvoorbeeld de werkgevers om fiets- en treingebruik te stimuleren. Ook dát is een vorm van participatie.’

‘De verduurzaming wordt een soort stadsvernieuwing 3.0,’ voorziet Chris Kuijpers, directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen bij het ministerie van BZK. Het raakt iedereen, want zelfs als je niet verhuist woon je over een aantal jaren in een wijk die in veel opzichten is veranderd. Om participatie en betrokkenheid te houden moeten de mensen bij dit ingrijpende proces worden ontzorgd. ‘Het moet makkelijk worden om groen te zijn. Begin met appjes voor energiebesparing, dergelijke maatregelen verdienen zich snel terug. Zorg voor apparatuur die makkelijk inpasbaar is en niet te duur, en zorg voor maatwerk, een wijkgerichte aanpak. Het is niet one size fits all.’


Kosten en baten

Daarmee komen we op het aspect dat - ook vanuit het oogpunt van burgerparticipatie - niet te verwaarlozen is: de kosten. Minister Wiebes vraagt in de kabinetsreactie op het hoofdlijnenakkoord niet voor niets om in de tweede ronde van de sectortafels ‘nog meer aandacht te besteden aan kostenreductie’. ‘Voor veel burgers komen deze veranderingen via de portemonnee en niet als ideaal,’ erkent Gaastra. ‘Ook daarom moeten we proberen het zo goedkoop mogelijk te houden, want uiteindelijk betaal je als burger en consument, hetzij direct, hetzij indirect door belastingen en kosten die ondernemers in hun producten doorberekenen. Kostenefficiëntie is dus heel belangrijk; Wiebes heeft dat in zijn brief van begin oktober benadrukt. Daarnaast is het belangrijk om de burger te ontzorgen, we moeten het hem of haar makkelijk maken om dingen te doen. Het subsidiëren van zonnepanelen is daar een voorbeeld van, en als het mogelijk is een arrangement aan te bieden om de woning te verduurzamen dan moeten we dat gewoon doen. Dit kan allemaal helpen om de transitie zo goed mogelijk te maken.’

Kuijpers is dat met hem eens, maar wijst op een ander aspect. ‘Natuurlijk is het van belang om de kosten van de verduurzaming naar beneden te brengen, warmtepompen en andere apparatuur moeten goedkoper worden. Maar we hebben het nu steeds over de kosten, terwijl de transitie voor de markt ook economisch interessant is. De hele wereld gaat dit doen. Nederlanders zijn slim, we zijn nu al koploper in circulariteit. We zijn een dichtbebouwd land, dat geeft schaalvoordelen. Ik zie grote kansen voor de markt met grote opbrengsten.’


Chris Kuijpers
‘De verduur­zaming wordt een soort stads­vernieuwing 3.0’

Bertholt Leeftink
‘De uitdaging is een goede balans tussen een verdienmodel en kostenbeheersing

Concurrentievoordeel

Van Brouwershaven ziet dat ook voor de landbouwsector: ‘Als je ervan uitgaat dat klimaatmaatregelen alleen maar geld kosten, dan wordt het moeilijk. Draai het ook om: we kunnen de landbouw aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, innoveren naar een klimaatvriendelijke landbouw. Dat levert de sector een betere economische positie en een concurrentievoordeel op. Het klimaatbeleid biedt kansen.’

Ook Bertholt Leeftink, directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie bij het ministerie van EZK, ziet de kansen. ‘We werken aan een transitie waar de hele wereld aan moet geloven. We lopen daarin voorop. Dat betekent niet dat we meer doen dan andere landen, maar we doen het wel eerder. Dat levert een concurrentievoordeel op. De transitie is een uitdaging die vruchten af zal werpen en tot economische welvaart leidt. Het is nu de uitdaging voor het departement om een goede balans te vinden tussen een verdienmodel en het beheersen van de kosten in de beginfase.’

Die kosten moeten niet worden gebagatelliseerd, maar ze moeten ook niet worden overschat. Het PBL raamt de kosten in 2030 op vier miljard euro per jaar. Leeftink: ‘Dat is een half procent van het bruto binnenlands product. Qua geld is het behapbaar, de kosten van de vergrijzing zijn een factor groter dan dit.’ De echte uitdaging is dan ook niet financieel, maar organisatorisch, voorziet hij. ‘Hoe gaan we ervoor zorgen dat de industrie echt de overgang maakt, dat de gebouwde omgeving van het gas afgaat, dat er voldoende laadinfrastructuur komt voor alle elektrische auto’s, dat er voldoende stroom is als het eens een keer niet waait of de zon niet schijnt? Dat zijn de grote organisatie- en implementatievragen.’


Polderen

Leeftink: ‘De transitie zal de economie en de samenleving in heel veel facetten raken. Het gaat immers over alle huizen, het gaat over je auto en je dagelijks vervoer, over de banen van de mensen in de industrie. En het gaat echt om een transitie waarvoor ingrijpende beslissingen moeten worden genomen, zoals de elektrificatie van de industrie. Het is niet het verbeteren of aanpassen van de dingen die we nu al doen, maar dingen écht anders doen.’ Er is ook haast bij, benadrukt hij. ‘Om 2030 te halen moeten we nú beginnen, je kunt niet tot 2029 wachten.’

Ondanks alle uitleg en voorlichting zal niet ieders weerstand kunnen worden weggenomen. Daar zijn de veranderingen te groot voor. Gaastra: ‘Mensen zullen moeten accepteren dat de omgeving, het huis, het landschap als gevolg van de transitie verandert. Het is een verandering die impact heeft, daar zullen we aan moeten wennen. Het helpt als we mensen kunnen laten inzien dat het voor hun kleinkinderen belangrijk is. Je gaat dit ook niet voor elkaar krijgen als mensen niet over hun eigen schaduw heen springen. We hebben bewust gekozen voor polderen in het kwadraat, alleen EZK of zelfs de hele overheid lukt dit niet. Het gaat alle maatschappelijke domeinen raken en al die maatschappelijke domeinen zijn hard nodig om goede oplossingen te vinden en die betaalbaar te maken.’ ◼

Deel dit artikel