‘Als het Klimaat­akkoord er is, ...

...begint het echte werk pas’

Interview met Kees Vendrik, Annemieke Nijhof en Pieter van Geel

Tekst Maurits van den Toorn

Beeld Dimitry de Bruin

Momenteel werken de vijf sectortafels aan de uitwerking van het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord (VHKA) dat ze afgelopen zomer publiceerden. Het streven is om begin december met een concept-Klimaatakkoord met zoveel mogelijk concreet uitgewerkte afspraken te komen. De doelstelling: een reductie van 49 procent van de broeikasgassen in 2030.

Annemieke Nijhof
‘We moeten veel over de klimaatverandering praten in gewone mensentaal’

‘Er moet veel gebeuren in korte tijd. Dat betekent hard werken en niet zeuren, maar dat is eigenlijk ook het uitgangspunt van het hele akkoord,’ stelt Kees Vendrik, voorzitter van de Elektriciteitstafel. ‘We zijn na de zomer meteen doorgegaan met dingen uitzoeken en hebben niet gewacht op de analyses en de kabinetsreactie, zodat er al behoorlijk wat ligt. Het is daardoor haalbaar om rond 1 december een behoorlijk complete tekst te hebben,’ verwacht hij.

De Mobiliteitstafel heeft een iets andere aanpak gekozen. In juli zijn ruim tweehonderd voorstellen gepresenteerd om de emissies terug te dringen. Die voorstellen zijn geanalyseerd door het CPB en het PBL, waarna op basis van die analyse vier sets met maatregelen zijn opgesteld. Annemieke Nijhof, voorzitter van de Mobiliteitstafel: ‘Die sets zijn een combinatie van onze eigen ideeën, gegevens uit de analyses en wensen van het kabinet waarmee we op een betaalbare manier de doelstellingen kunnen halen en politieke steun krijgen. We zijn nu in vier werkgroepen in een bijna militaristisch schema bezig met het uitwerken en het schrijven van teksten voor het akkoord dat een concreet geïnstrumenteerd pakket aan maatregelen zal bevatten.’

Voorzitter Pieter van Geel van de Landbouwtafel tempert de verwachtingen een beetje. ‘Voor 1 december klaar is heel kort, eigenlijk te kort. Voorzitter Nijpels van het Klimaatberaad had dat al aangegeven. We proberen nu voor de Kerst met afspraken te komen. Tussen Kerst en 1 februari kan de raadpleging van de achterban plaatsvinden, ik verwacht dat er begin februari een akkoord is.’


Het echte werk

Als het akkoord er is, houdt het werk niet op, eigenlijk begint het dan pas. Nijhof: ‘Na 1 december begint het echte werk met alle partijen in de samenleving. Eigenlijk is dat veel wezenlijker. Werkgevers moeten bijvoorbeeld gaan werken aan het elektrificeren van hun wagenpark, de logistieksector idem. Al die activiteiten krijgen een boost door het Klimaatakkoord, maar zijn daar niet van afhankelijk. Onze taak is het leveren van een geloofwaardige, planmatige aanpak van de emissies uit mobiliteit tot 2030 die vervolgens door anderen, liefst vrijwillig, wordt uitgevoerd. We hebben daar in het hart van het beleid structuren en systemen voor, we moeten geen nieuwe organisaties daarvoor opzetten.’

Een hele nieuwe organisatie gaat misschien wat ver, maar Van Geel pleit wel voor een manier om de samenleving permanent betrokken te houden. ‘We hebben het over een periode van twaalf jaar met een doorkijk naar nog verder. De omstandigheden gaan veranderen, de afspraken die we maken moeten geborgd worden en na verloop van tijd geëvalueerd. Hoe dat er precies uit gaat zien weten we nog niet, maar ik kan me niet voorstellen dat dat allemaal in de ambtelijke molen gaat gebeuren. Het gaat om een uitgebreid pakket aan maatregelen waarbij de samenleving aan zet is; die betrokkenheid moet op de een of andere manier in stand blijven.’


Burgerparticipatie

Betrokkenheid is essentieel om bij de uitvoering van de maatregelen uit het Klimaatakkoord draagvlak bij de burger te houden. Minister Wiebes benadrukte in de kabinetsreactie op het VHKA niet voor niets het belang van burgerparticipatie. ‘Daarbij is nog een wereld te winnen,’ ziet Nijhof. ‘We moeten niet alleen mensen activeren om bepaalde dingen te doen of juist te laten, er is ook nog veel awareness nodig; zo’n hete en droge zomer die we net gehad hebben helpt daar trouwens wel bij. Het betekent dat we veel over de klimaatverandering moeten praten in gewone mensentaal, dat we duidelijk moeten maken dat alle beetjes helpen en ook dat we in Nederland zo langzamerhand op veel terreinen behoorlijk achterlopen in vergelijking met wat er in andere landen al wordt gedaan.’ Ze is desondanks optimistisch over de mogelijkheden: ‘Dit vraagstuk is heel groot, maar door het klein en praktisch te maken brengen we het dicht bij de mensen. Als iedereen met een ander onderwerp actief is, is het niet meer zo’n grote olifant. Ik ben er optimistisch over dat we de burgers hiermee kunnen empoweren en ze zo betrokken houden.’

Ook Vendrik is optimistisch over de mogelijkheden tot burgerparticipatie. ‘Veel burgers willen dit, zo langzamerhand gaat het niet meer om een voorhoede. Lange tijd was de verwachting bijvoorbeeld dat er in 2018 zo’n 80.000 mensen zonnepanelen zouden hebben. In werkelijkheid zijn het er 500.000. Het gaat niet meer om een klein clubje burgers dat zelf actief wil zijn, maar om heel veel mensen, kijk naar alle lokale energiecoöperaties. Al hun initiatieven moeten we bij de verdere uitrol van het klimaatakkoord de ruimte geven.’

Van Geel wijst erop dat burgerparticipatie iets is om per sector te organiseren. Hij is daar al mee bezig: ‘In de landbouwsector gaat er niets gebeuren als de boeren niets doen. We zijn nu draagvlak aan het zoeken door steeds met elkaar te praten en langzaam maar zeker ook het klimaat te betrekken bij de duurzame ontwikkeling van de landbouw. Het klimaat staat nog niet voorop, boeren zijn veel meer bezig met zaken als fosfaat en fijnstof; het klimaat komt daar nu bij.’


Kees Vendrik
‘Laat in ieder geval de mensen zoveel mogelijk meebeslissen’

Pieter van Geel
‘Kosten­efficiency mag niet ten koste gaan van alles’

Regie

Laat in ieder geval de mensen zoveel mogelijk meebeslissen. Geef ze de regie, is de boodschap. Vendrik: ‘Vroeger werd bijvoorbeeld als er een windmolen kwam eerst de locatie gekozen en daarna was er inspraak. Op die manier is er geen wezenlijke participatie en ontstaat er weerstand. Als je eerst de burgers laat participeren ontstaat er een veel meer inclusief proces. Dat moet in de regio gebeuren, de medeoverheden zijn in dit opzicht aan zet. Over wezenlijke keuzes moeten we tijdig het gesprek met elkaar aangaan. Dat betekent ook dat niet wordt voorgeschreven hoeveel windmolens ergens moeten komen, maar dat de regio’s zelf keuzes maken en eventueel zaken uitruilen met andere regio’s. Bij de decentrale opwekking van energie komen burgers zelf aan het stuur te staan, het is bijna letterlijk power to the people.’

Het zijn ervaringen die Nijhof onderschrijft. ‘Bij het programma Ruimte voor de Rivier hebben we gewerkt met co-creatie door mensen in het rivierengebied. Als zij een betere oplossing hadden dan wij hadden bedacht, dan ruilden we ons idee daarvoor in. We hebben toen gemerkt hoeveel creativiteit er in de mensen zit. Zo moeten we dat nu ook doen. Als mensen zich eigenaar voelen van een probleem, zijn ze trots als er een oplossing wordt gevonden.’

Dat de transitie geld gaat kosten is duidelijk, het kabinet dringt aan op zo efficiënt mogelijk werken om de kosten laag te houden. Van Geel waarschuwt dat kostenefficiency niet ten koste van alles mag gaan. ‘We moeten oppassen dat we geen dingen gaan doen die in strijd zijn met andere doelen die we willen bereiken, zoals het versterken van de biodiversiteit en natuurbehoud. Je moet geen zonnepanelen in een natuurgebied plaatsen omdat dat kostenefficiënt is.’


Snel aan de slag

Het is voor alles van belang om nú aan de slag te gaan. Nijhof: ‘We zijn nu bezig in drie maanden tijd de wereld tot 2030 te beschrijven. Er is veel onzekerheid en als je meer tijd hebt doe je het beter, maar de dingen nemen nu al een vlucht. We zijn met z’n allen ermee bezig en dat houdt ook niet op in december als het akkoord er is.’

Ook Van Geel wil snel aan de uitvoering beginnen. Hogere doelstellingen, zoals de reductie-optie van 55 procent, zijn iets voor de langere termijn. ‘We hebben in de Landbouwtafel ook al naar meer opties gekeken. Maar we moeten de komende jaren aan het werk, ik heb niet zoveel met die plannen voor de hele lange termijn. We moeten de mensen daarmee niet kop­schuw maken, maar nu aan de slag.’

Vendrik sluit af: ‘Wij werken door aan de ambitie van 49 procent minder uitstoot die wij van het kabinet als opdracht hebben meegekregen. Het is vervolgens aan het kabinet of de 55 procent-ambitie wordt geactiveerd.’ ◼

Deel dit artikel