Fossiele wetgeving moet op de schop

Het liefst zo snel mogelijk

Tekst Pieter van den Brand

Beeld Lian Merkx en Saskia Lavrijsen

Het wettelijk fundament voor de energietransitie is vergaand verouderd. Een palet aan nieuwe regelgeving is hard nodig, vooral voor gemeenten, om de ambitieuze klimaatdoelen te realiseren.

‘Er zijn snellere manieren om de energietransitie wetgevingstechnisch te versoepelen

‘Te veel om op te noemen,’ verzucht programmamanager Energie Lian Merkx van VNG. De vraag was welke regels ze voor gemeenten vandaag nog veranderd zou willen zien, om een slinger te geven aan de energietransitie. De voormalig wethouder in Delft heeft een lange lijst voor zich liggen, maar beperkt zich tot de eerste behoeften. ‘Gemeenten hebben nog geen wettelijke bevoegdheid om wijken van het gas af te halen. Die moet er zo snel mogelijk komen. Er ligt een harde deadline in het Klimaatakkoord voor gemeenten om eind 2021 voor elke wijk een warmtetransitievisie te maken.’

Nog een wezenlijke wens: hoe verleen je als gemeente een goede concessie op warmte? ‘Wettelijk gezien is daar nog veel onduidelijkheid over,’ zegt Merkx. ‘Warmtenetten worden nu vanuit marktperspectief aangelegd: er moet een rendabele businesscase zijn. Maar rendabele businesscase of niet, wij moeten straks warmte in de wijken gaan leveren in plaats van gas. Leveringszekerheid is voor gemeenten nog een groot vraagstuk. Ze willen garanties kunnen stellen, maar dat kunnen ze op dit moment niet.’

Dan kernbehoefte nummer drie: het groeiend aantal duurzame energieopwekkers brengt de noodzaak van verzwaring van het lokale net en de komst van nieuwe energieopslagsystemen met zich mee. Er gelden voor netbeheerders echter nog beperkingen om daarin te mogen investeren. ‘Dat is wettelijk ook nog niet geregeld. Hoe kunnen de netbeheerders dan, redeneer ik door, goede partners van de gemeenten zijn? Want we hebben ze wel nodig.’

Zo zijn er nog veel voorbeelden. Merkx ziet ook het financiële instrumentarium voor gemeenten graag op korte termijn wettelijk geregeld. ‘Zo mogen we geen gebouw- of gebiedsgebonden financieringsconstructies aanbieden. Dat is nodig om bepaalde ingrepen in de gebouwde omgeving makkelijker op te schalen. Dan kunnen we bijvoorbeeld collectief voor een hele straat een lening afsluiten voor het isoleren van woningen. Dat is een hele belangrijke voor ons.’


Wetgevingsagenda

De vier overheidslagen (rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) zitten regelmatig met elkaar om tafel voor een informeel wetgevingsoverleg. Merkx is daar blij mee. ‘Het is goed om te kijken wat er allemaal nodig is. Het rijk vraagt expliciet wat het voor ons kan doen. Zo wordt steeds concreter wat er aan de wetgeving moet gebeuren.’ Zelf werkt het kabinet een ambitieuze wetgevingsagenda af. Inmiddels heeft minister Wiebes het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie en de wijziging van de Warmtewet door beide Kamers geloodst. Met experimenteerruimte voor netbeheerders, schrappen van de aansluitplicht op het gasnet en bescherming van consumenten met een aansluiting op een warmtenet zijn de eerste hobbels genomen. Wiebes’ wetsvoorstel voor het minimaliseren van de gaswinning in Groningen is goedgekeurd door de Eerste Kamer. In 2019 volgen meer wetsvoorstellen, zoals een aanpassing van de Mijnbouwwet om de aardwarmtewinning te versnellen, een wet voor de ontmanteling van de olie- en gasinfrastructuur op zee (meer dan 150 platforms, 3000 kilometer pijpleiding en 600 putten), waarvan een deel wellicht bruikbaar is voor windenergie en CO2-opslag. Ook wil Wiebes het in 2015 in de Eerste Kamer gesneuvelde wetsvoorstel STROOM van voorganger Kamp opnieuw bezien. Oogmerk van de nieuwe Energiewet is de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet samen te voegen en te moderniseren in een wet, die voor meer flexibiliteit in het energiesysteem zorgt Ook werkt hij aan een wetsvoorstel voor de sluiting van de kolencentrales.

Al gaat de wetgevingsagenda stapje voor stapje, toch is Merkx niet ontevreden. ‘Voor gemeenten is het handig dat het in brokjes gaat, want bepaalde dingen moeten snel worden geregeld. We moeten nu pragmatisch aan de slag.’ Alleen het schrappen van de gasaansluitplicht gaat Merkx niet ver genoeg. ‘Beslist niet, de ontheffing geldt alleen voor nieuwbouw. Ook bestaande bouw zou eronder moeten vallen, anders kunnen we onze verplichtingen nog steeds niet voldoen.’

Volgens Merkx zijn er ook snellere manieren om de energietransitie wetgevingstechnisch te versoepelen. ‘Laat gemeenten meeliften op lopende wetsvoorstellen, zoals de transitiewet voor de Omgevingswet die al in 2019 van kracht wordt. De herziening van de Crisis- en Herstelwet maakt het mogelijk nieuwe gemeentelijke bouwprojecten aan te wijzen, waarvoor het wenselijk is van bestaande wet- en regelgeving af te wijken. Als we meer experimenteerruimte voor energie-ingrepen krijgen, kunnen we volop snelheid maken.’ Een illustratief voorbeeld, aldus Merkx, is de in oktober gestarte Proeftuin Aardgasvrije Wijken, waar 27 gemeenten verspreid over het land voor zijn geselecteerd (budget: 120 miljoen euro). ‘Mogelijk komen zo ook financieringsconstructies in beeld. Er moeten goede wettelijk vastgelegde instrumenten komen. Overduidelijk is dat gemeenten de energietransitie niet zelf kunnen betalen.’


Lian Merkx
‘Als we meer experimenteerruimte voor energie-ingrepen krijgen, kunnen we volop snelheid maken’

‘De afstemming met buurlanden is cruciaal’

Energiemarkt

Saskia Lavrijsen van Tilburg University ziet volop wettelijke hindernissen voor een goede energietransitie. Als hoogleraar Economic Regulation and Market Governance of Network Industries doet Lavrijsen onderzoek naar wat er zoal nodig is aan nieuwe regelgeving rond de energie-infrastructuur en de toegang tot de energiemarkt. ‘Voor een deel is de wetgeving heel oud.’ Consumenten met zonnepanelen op hun dak of burgers in een energiecoöperatie met overschotten aan groene stroom – zogeheten prosumenten – hebben volgens haar moeilijk toegang tot de energiemarkt vanwege de overdaad aan bureaucratie. ‘Een leveringsvergunning is in de huidige vorm echt niet meer van deze tijd.’ Ook is de bescherming van de prosument nog niet wettelijk geregeld, aldus Lavrijsen, die verder een wettelijke informatieplicht mist voor wat aan energieopwekkers wordt aangesloten op het energienet. ‘Regionale netbeheerders moeten die informatie wel hebben om de netten in balans te houden. Je praat over energiebronnen die van weer en wind afhankelijk zijn en dus veel minder voorspelbaar in leveringszekerheid. Het is wel van belang om in het debat over de energietransitie al heel goed naar de kwaliteit van de wetgeving te kijken. Wetgeving die niet meer deugt, moet op de schop. Onvermijdelijk is dat we anders heel veel juridische procedures gaan krijgen.’

Fundamenteel, aldus Lavrijsen, is het wettelijk regelen van governance. ‘We gaan toe naar een deels decentrale energie-infrastructuur. Per locatie kan het voor de consument verschillen hoe duurzaam, betaalbaar en leveringszeker de energievoorziening is. Maar wie is daar nu verantwoordelijk voor? Dat is allemaal onduidelijk en de wetgeving is daar nog niet goed op ingericht. Ook heeft de rijksoverheid daar geen goede visie op. In hun omgevingsplannen en verordeningen onder de nieuwe Omgevingswet kunnen gemeenten energie straks een plek geven in de ruimtelijke ontwikkeling. Maar ook de provincie kan lokale strategieën opstellen. Daarnaast komen er Regionale Energiestrategieën. Idealiter, denk ik, moet de provincie erop toezien dat de energievoorziening tussen gebieden goed op elkaar is afgestemd om aan de eis van duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid te voldoen.’


Regionaal perspectief

‘Ook het rijk heeft hier een rol in. De afstemming met buurlanden is hier cruciaal. Duitsland heeft veel groene stroomopwekkers en nu al momenten van overschot, in België wil men de kerncentrales sluiten en heeft men straks een tekort. Voorkomen moet worden dat iedereen maar wat gaat doen, en iedereen naar elkaar wijst als het misgaat. Gemeenten kunnen mooie energieplannen smeden, maar misschien gaan ze wel dingen doen die eigenlijk niet handig zijn als je het in een breder regionaal perspectief ziet.’

Dat is nou precies wat de Regionale Energiestrategieën moeten ondervangen, reageert Merkx. Deze interbestuurlijke aanpak, die voor het eind van 2019 in zo’n dertig regio’s in ons land in concrete uitvoeringsplannen moet resulteren, is inmiddels in zeven proefregio’s uitgeprobeerd. ‘Met succes,’ zegt Merkx. ‘Gemeenten hebben er alle belang bij dat er een goede energievoorziening komt. Samen met de provincie zorgen we voor een gedegen afweging. Provincies willen daar niet alleen verantwoordelijk voor zijn. Iedereen wil juist voorkomen, wat we de afgelopen jaren zo vaak hebben gezien bij windenergieprojecten, dat de ene bestuurslaag de andere moet ‘overrulen’. Dan gaat het helemaal mis en verlies je alle maatschappelijke acceptatie.’ ◼

Saskia Lavrijsen
‘Voor een deel is de wetgeving heel oud’

Deel dit artikel