Over de rol van restwarmte

Twee succesvolle voorbeelden

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Shell

Nederland loopt internationaal gezien niet echt voorop als het gaat om het overstappen op duurzame energie. De ‘traditionele’ energiemaatschappij Shell is betrokken bij twee concrete projecten in de bebouwde omgeving, die laten zien hoe je samen met andere partijen de CO2-uitstoot kunt verminderen, zonder dat de kosten de pan uit rijzen.

25 September jl. werd het startschot gegeven voor het restwarmte-initiatief

‘De volgorde van de trias energetica is veranderd’

Geen enkele partij is in staat de energietransitie in z’n eentje te realiseren, ook een multinational als Shell niet. Samenwerken is essentieel. De opgave waarvoor Nederland staat is dan ook groot: het kabinet wil dat de CO2-uitstoot in 2050 95 procent lager ligt dan in het ijkjaar 1990. Dat betekent nogal wat voor alle sectoren van onze maatschappij en economie. Zo moeten op termijn bijvoorbeeld alle gebouwen van het aardgasnet worden afgesloten. Een complex vraagstuk, waar veel partijen bij betrokken zijn, van overheden en bedrijven tot woningbouwcorporaties en huiseigenaren. Het moet voor iedereen wel haalbaar en betaalbaar blijven. Shell is betrokken bij twee projecten, die een voorbeeld kunnen zijn.

Eén van de twee projecten betreft het verwarmen van de Rotterdamse wijk Katendrecht met restwarmte van de raffinaderij in Pernis. Het warmtenet, waar de woningen in de omgeving op zijn aangesloten, is een gesloten systeem van leidingen, waarin heet water van de raffinaderij naar de woningen wordt vervoerd, waarna het afgekoeld terugstroomt. Shell werkt hierin samen met drie andere partijen: het Havenbedrijf Rotterdam, voor de aansluiting op het warmtenet, het Warmtebedrijf Rotterdam, dat de warmte transporteert, en de gemeente Rotterdam, als aandeelhouder van die twee bedrijven en aanjager van het project.


Hybride

Het andere project draagt de naam EcoGenie 2.0. Zoals die naam al doet vermoeden is het een vervolg op een eerder EcoGenie-project van Shell. Zes jaar geleden ging EcoGenie 1.0 van start als kleinschalig project in een woning in Den Haag uit de jaren 30 van de vorige eeuw. De uitdaging die het Shell-projectteam zichzelf had gegeven was: hoe kun je de CO2-uitstoot die samenhangt met de verwarming van zo’n huis verkleinen, zonder dat je torenhoge kosten maakt voor bijvoorbeeld schilisolatie? De energietransitie is belangrijk, maar het moet ook voor de bewoners van een huis goed te doen zijn. Kern van de oplossing bleek een hybride vorm van verwarming: deels met duurzame energie en deels met energie uit fossiele bronnen. Door de technologische vooruitgang en lagere kosten voor duurzame energieopwekking verandert ook de volgorde van maatregelen van de ‘trias energetica’. Tot nu toe gold bij de ‘traditionele’ trias energetica: begin met optimaal isoleren, gebruik zoveel mogelijk duurzame energie en als het niet anders kan gebruik je bijvoorbeeld ook nog aardgas. Groene stroom is nu goedkoper dan isoleren. De volgorde is dus gewijzigd: schakel eerst over op duurzame energie, kijk dan naar nuttige en kosteneffectieve isolatie- en besparingsmaatregelen, en ten slotte naar energie uit fossiele bronnen. Als je nu een warmtepomp in je huis installeert kun je het aardgasverbruik al met 40-60 procent verminderen. 

‘Rijksoverheid en gemeenten moeten de regie nemen’

Shell noemt het eerste EcoGenie-project een succes. Maar de echte winst zit natuurlijk niet in het aanpakken van één woning. Met de kennis van EcoGenie 2.0 wil Shell een hele woonwijk helpen verduurzamen. Samen met de gemeente Groningen en lokale energiecoöperaties is een eerste verkenning uitgevoerd. Met als uitkomst een onafhankelijke stichting, die dit project financiert en door een subsidie van het rijk wordt ondersteund. De ambitie van de stichting is een coöperatief warmtenet (in eigendom van burgers) dat 1.000-2.000 woningen aardgasvrij zal maken.


Kosten- en transitiebeleid

De voordelen van warmtenetten zijn niet gering. Je hebt als bewoner in huis hetzelfde comfort als met een gasketel, maar minder onderhoud. En je vermindert je CO2-uitstoot. Warmtenetten kunnen naast restwarmte en duurzame elektriciteit ook geothermie en in de toekomst waterstof als energiebronnen gebruiken. Een wijk-warmtecentrale kan veel gemakkelijker worden aangepast dan duizenden huisinstallaties.

Belangrijk hierbij is uiteraard de financieel-economische kant: er zijn voor de grootschalige aanleg van bijvoorbeeld warmtenetten flinke investeringen nodig. De overheid moet daarvoor een robuust CO2 kosten- en transitiebeleid ontwikkelen: één van de vele onderwerpen die ook in het Klimaatberaad onder leiding van Ed Nijpels worden besproken. Los daarvan moet gestimuleerd worden dat die projecten worden uitgevoerd waarmee per euro investering de meeste CO2-reductie kan worden behaald. In het geval van het project met de raffinaderij in Pernis levert Shell restwarmte voor de verwarming van 16.000 huizen. Dat moet leiden tot een reductie van de CO2-uitstoot in Rotterdam met 35.000 ton per jaar. In totaal zou de restwarmte van bedrijven in de Rotterdamse haven zo’n 500.000 woningen kunnen verwarmen en een deel van het kassengebied bij de stad. Zo ver is het nog lang niet, Rotterdam gaat ervan uit dat dit doel op termijn wel wordt gehaald.

Belangrijk bij dit soort - in eerste instantie - ‘kleinschalige’ projecten is een goede samenwerking tussen betrokken partijen en het slim inzetten van deels bestaande technologie en deels nieuwe. Rijksoverheid en gemeenten moeten de regie nemen en de projecten dienen daarbij als goed voorbeeld. Ze zijn te beschouwen als eerste stappen, die kunnen helpen om de klimaatdoelen en de energietransitie te realiseren. ◼

Deel dit artikel