Duurzame vernieuwing

Haalbaar en/of betaalbaar?

Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Hans Mommaas

Het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaat­akkoord leidt tot de beoogde vermindering van de CO2-uitstoot. Maar er is nog zoveel onduidelijk over het benodigde pakket maatregelen dat de gevolgen voor de samenleving op dit moment moeilijk zijn in te schatten.

Hans Mommaas, rechts naast de voorzitter van het Klimaatberaad Ed Nijpels

‘De kloof met andere Europese landen is te overbruggen’

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), die het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord hebben doorgerekend. De ‘wat’-vraag is volgens de planbureaus wel beantwoord. Als je de voorstellen uitvoert, die aan de vijf sectortafels (Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit, Gebouwde Omgeving en Landbouw) van het Klimaatberaad zijn besproken, dan haal je de doelstelling van 49 procent minder CO2 uitstoot (ten opzichte van 1990) in 2030. Maar aan de ‘hoe’-kant blijft veel nog vaag, vindt PBL-directeur Hans Mommaas. ‘Aan het instrumentarium ontbreekt nog veel. Hoe ga je dat doel precies bereiken? Waar komen de lasten te liggen? Normering, subsidiëring en beprijzing zijn nog onduidelijk.’ Anders gezegd: er is nogal een verschil tussen bijvoorbeeld rekeningrijden, fossiele brandstoffen duurder maken en windenergie subsidiëren, en pas als daarin keuzes zijn gemaakt wordt helder wat de effecten voor de samenleving zijn.

De planbureaus becijferen dat er tot 2030 80 à 90 miljard euro extra investeringen nodig zijn en dat het Klimaatakkoord leidt tot extra kosten: 3 tot 4 miljard euro per jaar. ‘Die bedragen zijn geen verrassing,’ zegt Mommaas, ‘ze passen bij eerdere berekeningen die we hebben gemaakt. De investeringen kun je uitsmeren over de hele periode, de extra kosten bedragen ongeveer een procent van de totale rijksbegroting.’ Hij wijst erop, dat het Klimaatakkoord naast investeringen en kosten ook baten met zich meebrengt. ‘Directe baten, zoals de opbrengst van het isoleren van gebouwen, hebben we in de berekening van de extra kosten meegenomen. Indirecte baten niet, zoals de waarde van minder milieudruk, schonere lucht en innovatie. Het heeft allerlei positieve gevolgen voor de brede welvaart, maar daar hebben we alleen een abstract beeld van.’


Duurzame vernieuwing

Zo bezien lijken de gevolgen van het Klimaatakkoord mee te vallen: het doel is haalbaar, de maatregelen zijn in principe wel betaalbaar en ze leveren ook baten op. Maar Mommaas plaatst daar belangrijke kanttekeningen bij. ‘Aan de sectortafels is een aantal zaken onderbelicht gebleven, zoals het streven van het kabinet om in 2030 uit te komen op een reductie van de CO2-uitstoot met 55 procent, en het uiteindelijke doel van 95 procent in 2050. Er is tot nu toe ook te weinig samenhang tussen de vijf tafels. Aan elke tafel wordt bijvoorbeeld gesproken over biomassa, maar die moet wel ergens vandaan komen. Hoe ga je dat realiseren? Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke gevolgen van de maatregelen: grond is nu eenmaal schaars in Nederland.’

En er is haast. ‘Als de besluitvorming lang duurt, heb je minder tijd om de investeringen uit te smeren. En de vraag is: waar landen die extra kosten? Wie gaat die betalen, hoe verdelen we die over burgers, bedrijfsleven en overheid? Dat is nu nog abstract gebleven, daar is verder overleg voor nodig, ook internationaal. Nederland zit nu Europees gezien in de achterhoede van het peloton, andere landen zijn al veel verder dan wij. De klimaatdoelen kunnen we alleen halen in internationaal verband, dus is het belangrijk aan te sluiten bij wat andere landen doen.’

‘De kloof tussen Nederland en andere Europese landen is groot, maar niet onoverbrugbaar,’ aldus Mommaas. ‘Het is ook niet zo vreemd dat wij achterlopen, Nederland is een dichtbevolkte delta, met een dichte infrastructuur, een grote petrochemische industrie en Rotterdam als grote doorvoerhaven voor het Roergebied. Het is dus logisch dat de CO2-uitstoot hier hoog is. Maar niets doen is geen optie: we weten dat de gevolgen van niet handelen veel ernstiger zijn dan wanneer we wel maatregelen nemen. We zitten nu in een beslissende fase, waarin we beleid moeten maken om Nederland duurzaam te vernieuwen.’


Tweede overlegronde

In reactie op de doorrekening van het Klimaatakkoord heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de deelnemers aan de sectortafels opgeroepen om in de tweede ronde van hun overleg nog meer aandacht te besteden aan kostenreductie. ‘Het kabinet vindt het bovenal belangrijk dat de transitie haalbaar en betaalbaar blijft voor iedere Nederlander,’ aldus een persbericht, dat ook duidelijk maakt waarin het kabinet extra wil investeren: ‘Het geld uit de zogeheten Klimaatenvelop gaat volgend jaar onder meer naar projecten voor het aardgasvrij maken van bestaande woonwijken, recycling, slimmer landgebruik en projecten voor CO2-vermindering in de industrie.’

Mommaas ziet mogelijkheden voor maatwerk in de industrie: ‘De helft van de CO2-uitstoot in de industrie komt van tien grote bedrijven. Daar kun je afspraken mee maken over bijvoorbeeld vervanging van installaties. Verder is er grote winst te behalen bij de energieproductie, onder meer door meer windmolenparken in zee te bouwen. De klimaatmaatregelen hebben vooral maatschappelijke impact op de gebouwde omgeving en de mobiliteit. In de periode tot 2050 moeten 6,5 miljoen woningen van het aardgas af. De politiek zal burgers actief moeten meenemen daarin en hen comfort bieden bij het maken van die stap.’

Aan de sectortafels wordt de komende tijd verder gepraat. ‘Het is mij een lief ding waard als dat nog dit jaar leidt tot uitgewerkte voorstellen,’ zegt Mommaas. ‘Naast het invullen van concrete maatregelen staan veel vragen open: wat doe je centraal en wat decentraal, wat wordt de rol van de energieregio’s, hoe verhoudt de energiestrategie zich tot het omgevingsbeleid? Het PBL staat klaar om het overleg te ondersteunen met onze kennis.’ ◼

Deel dit artikel